Dag 1 – De start

Woensdag 1. Oktober 2003. De wekker gaat om 6:00 en ik hoor al de eerste bewegingen buiten. Net uit mijn vertrek en de eersten beginnen al met lijnen te hanteren. Vroeg is goed maar nu al in haast uitbarsten stond niet op mijn programma. Thee zetten voor ontbijt en de thermoskan, broodje pindakaas, weerbericht luisteren, PC checken, GPS route tot Lelystad checken –alles aan bord is klaar voor vertrek. De laatste vrij bewegelijke voorwerpen in een vaste positie gebracht – en de binnenkant was klaar. Ondertussen lopen de eersten motoren aan en er begint beweging in de boten te komen. Het is nog stikke donker. Om 6:50 gaan ook bij mij de lijnen los.  

Alle aandacht is op de start gericht. Camera ligt klaar, fenders en landvasten zijn opgeborgen.

Ik ben net bij het slot voorbij. Door het kanaal naar buiten. Er staat een NO 3 en een boot naar het ander loopt uit de haven, hijst de zeilen, maakt een foto en vertrekt. Het begint licht te worden en een lange rij dansende lichter is al op weg naar het Paard van Marken. Achter mij zijn er ook nog een hoop, en ook vele die nog in de haven liggen. De kleur van de lucht is schitterend. Jammer dat het nog zo vroeg is, da kan je met weinig licht slecht fotos maken vanaf een boot in beweging. 

Snel camera weg, met de neus in de wind en grootzeil hijsen, afvallen, rolfok uit en inrijgen in de rij voor de boei. Oh-ja de film doordraaien, flits activeren en waar is de boei nou? Ik zie ze niet. Terwijl ik vlot rakelings langs zeil vind ik ze niet in dat kleine zoekertje van die camera. Hier moet ze ergens zijn – snel afdrukken voor ik er helemaal zonder foto voorbij ben. Clicks – ik heb misschien de boei maar vast geen merkteken op de foto. Na ja, weg ben ik.

Zeilen strak en vooruit met de handel. Het was 7:27. De wind is aardig. NO3.  Langzaam schuif ik op tegen een groepje boten voor mij. Na mij is er een gat in de startopstelling gevallen, en ik heb niemand onmiddellijk achter mij. Ik lig op koers. Alles volgens plan. Ik heb weer tijd om om me heen te kijken. Schitterende ochtend lucht. Het is nog vroeg, dus ik zal mijn weerman nog niet uit de slaap halen. Toch ben ik benieuwd wat de laatste voorspellingen zijn.

Oplopend op het groepje voor me maak ik een paar fotos. De POESPAS, de AMD BAD, de NESCIO heb ik op de foto. 8:43 Paard van Marken SOG 7,0 het eerste raak is goed gegaan, op naar GZ2. De zon komt op, de wind nu ruim van achteren. Het veld wordt dunner. De afstand tussen de booten groter. Alleen voor de boei wordt het weer druk en de booten komen vlak voor GZ2 bij Volendam weer op een paar meter afstand bij elkaar.

 

Dag 1 - De beslissing

Om 9:07 GZ2 gerond en op weg naar Hoorn. Het rak naar NEK is hard aan de wind. Geen tijd voor fotos. Ik bel Vincent voor het laatste weerbericht. Ik moet nu langzaam tot een beslissing komen welke route ik ga nemen. De voorspelling van gisteren had voor de Noordzee nog een 2-3 NO verwacht. Nu is NO de meest ongewenste wind om bij Den Helder kruisend het Schulpengat in te gaan. Maar 2-3 is nog veel erger. Als je Den Helder voor 12:00 niet haalt, word je door de stroom door het Schulpengat weer eruit gespoeld en je verliest het tij helemaal. Verlies minimaal 6 uur. Niet mijn favoriete scenario. De verwachting voor morgen donderdag was Zeeland 2,  IJmuiden 0-1, Den Helder 3 allemaal NO. Ik kon het niet geloven. Ik was er helemaal ingesteld op route 1 en nu speelt de wind niet mee. Vandaag was er wel nog wind. Maar om rond 18:00 of 19:00 in IJmuiden te zijn om de avondtij nog mee te nemen zag ik niet zitten. Zo als’t nu eruit ziet ben ik rond 12 in Lelystad, zou ik rond half 4 bij de P15, en rond halfvijf bij de sluis in Amsterdam zijn. Half uur oponthoud in de sluis is het 17:00. In een of twee uur ben ik niet door de Noordzeekanaal heen, door de sluis bij IJmuiden en de haven uit naar de B’RAN. Forget it. 10 over tien ben ik vlak voor de NEK. Camera klaar maken, en nu goed mikken. Zonder bril gaat het makkelijker om door de kleine zoeker te kijken. Maar oeps – opletten de boei moet op de foto maar niet de boot op de boei. Clicks – gelukt, die stat erop, snel camera weg en op naar de volgende.

            

                         

Om 10:12 NEK gerond en op de nieuwe koers. Maar dat was niet zo makkelijk. De koerslijn lag hoger dan dat de wind toe liet.  Na ik ga beslist geen extra slag maken. Nu heb ik een probleem. Met al het gedoe om de foto goed te nemen heb ik niet naar de wind ten opzichte van de volgende koerslijn gekeken. Sommigen deden dat wel en zijn noch een stuk na de NEK doorgevaren alvorens naar OvD3 toe over stag te gaan. Daardoor hoefden ze minder hoog aan de wind te gaan en konden meer vaart maken. Ik had nu nog maar een keuze: zo hoog mogelijk zonder snelheid te verliezen. Ik loop tussen de 4,6 en 5,4 knopen. Of ik de OvD3 in een klap haal hangt nu puur van de wind af. Ik had geluk ca. 4 mijl na NEK draaide de wind een tik naar noorden en ook een knoop harder - ik kon weer op de koerslijn terugkruipen. Ca. 3 mijl voor OvD3 zat ik weer op de koerslijn en ik kon nog iets snelheid maken (5,4-5,9 knopen).

In de verte zag ik twee booten naar zuiden wegbreken, richting P15. Die gaan de Noordzee op, de anderen namen allemaal koers naar de sluis. Ik bel nog eens naar Vincent om de aller aller laatste weernieuws op te vragen, maar er was niet veel veranderd; misschien was er in IJmuiden 1-2 ipv. 0-1 wind. Dat was het dan. Geen Route 1 – al die voorbereiding voor noppes. Dan 3 maar. Bij de te verwachten windrichtingen ook niet zo gek. NO en SW. Ik moet nog Waypoints in mij GPS inbrengen want daar had ik route 1 ingebracht – iets voor na de sluis. Dichter naar OvD3 komend zie ik steeds minder booten voor mij. Twee booten die een hogere koers gevaren waren hadden mij ingehaald maar liepen niet verder weg sinds ik weer op koers zat. Een achtervolger kreeg halverwege het rak problemen met zijn voorzeil en viel ver terug. Om 12:09 was ik bij de OvD3. De foto lukte redelijk. Fok en grootzeil naar beneden, en op motor en stuurautomaat naar de sluis.

Op weg naar de sluis nog snel de moer van de helmstok aangedraaid, want die was los getrild.

     

Als of er iets gratis weggegeven word ligt bijna iedereen nog voor de sluis te wachten. Misschien is het een paar gelukt nog met een eerdere schutting mee te gaan, maar zon 20-25 booten lagen er nog. Dus wachten tot de groten vrachtschepen langzaam in en uit de sluis voeren – die hadden kennelijk geen wedstrijd. Alleen ons liep de tijd weg. Rond 13:00 was het dan zo ver, wij mochten binnen. Bijna lekkere vakantie stemming met z’n allen in die sluis. Helaas zijn mijn fotos daar mislukt.  

Om 13:30 ging het sluispoort open en de meute hongeriger wolven stormde eruit. Met zo’n 6 knopen ging het op de motor richting EZ21 een goed stuk op Urk af. Het leek wel als of motorbot racen ook een onderdeel van de 200myls was. Nu had ik wat tijd om te eten en de waypoints voor de huidige dag in mijn GPS te zetten. Daarbij merkte ik dat de handGPS geen externe power meer had en op zijn eigen batterijen liep. Ik stond er niet stil bij en zette de stekker in het schakelpaneel weer vast. (een voorbode van problemen die ik beter meteen serieus had kunnen nemen en de oorzaak uitzoeken)

                   

 

Dag 1 – zo veel mijlen als mogelijk

Om halfdrie kwam de boei in zicht en ik maakte alles klaar voor de nieuwe start. Ik heb niet eens een aanloop genomen maar heb, noch de boei naderend, de zeilen gehesen, de boot door de wind gedraaid en gestart – uiteraard met foto. De wind is NNO 4 en wat een halve windse rak had moeten worden, was aan de wind geworden. Dat vond ik prima omdat de halfwinder of spinnaker bij iedereen binnen bleef en ik dan nog wat voordeel uit zou kunnen halen. De snelheid was met 5,9 – 6,8 best aardig en ik begon al voorzichtig te rekenen of ik naar Den Oever nog door kan gaan of niet. De voorspelling voor morgen was niet geweldig en wat vandaag kon, dat hoefde morgen niet meer. Nu kwam Den Oever met 50 wedstrijdmijlen precies met een dagpensum overeen, maar het doel van de dag was om zo veel mijlen als mogelijk te maken.

Om 15:03 begint de wind iets weg te zakken. Ipv 17 kts staan er nog maar 11 kts en de snelheid loopt terug van 6,7 naar 5,8. Door het wegzakken van de wind ging ik ook iets lager zitten om de snelheid te houden. Rond drie mijl na de EZ21 komt een ondiepte van 1,2m waar ik beslist weg moet blijven met mij 1,6m diepgang. Ik zag geen paal-boeien, dus zat het wel goed. Achteraf zag ik dat ik daar heel vlak langs gekomen was – even niet opgelet en afgeleid door de wat zwakkere wind. Voor mij waren er 6 gestart, de rest kwam na mij (een beeld dat in loop van die middag nog zoude veranderen). Twee van de eerder gestarte booten heb ik ingehaald, maar de rest achter mij kwam nu toch iets dichter bij. Ik bleef kijken of er iemand het grote doek hijst, maar tot nu toe nog niet.

Om 15:40 was het dan zover, de eerste halfwinder ging achter mij op. Vooreerst bleef  het bij die ene. En ze kwamen maar langzaam dichter bij. Rond een uur later waren er al meerdere bezig SPI of HW te zetten – dus ik ook. Ik had hem nog geen minuut op en ik liep al uit het roer. Vooral de golven zorgen dan wel voor grote druk in het zeil die door het roer weer gecompenseerd moet worden. Geen werk voor de stuurautomaat en dat betekende dat ik voor de volgende paar uren zelf aan de slag ging. Nu kwamen de eersten al langs, Cees Corts, Henk Steltepol, en andere. De wind ging ruimen en de spinnakers waren in optocht. Met mijn halfwinder bleef ik nergens. Ik had er een vreselijke bui. Voorbij de nieuwe eilanden heb ik het opgegeven en het werk weer aan de stuurautomaat toevertrouwt. Niet dat het geholpen had, maar ik kon ook weer andere dingen doen. Van het urenlang in een positie zitten en de nek uitsteken in de tocht, groei je wel vast op de kuipbank, zeker als er voor der rest niets gebeurt.

Het laatste stuk naam ik dan weer over.  Om 18:10 was het weer tijd: foto-shooting met een flitse rode ton – de WV14 voor Den Oever. Volledig overweldigd, dat ik naar uren een kant uit te varen weer iets kon doen, deed mij meteen na de shooting doen blunderen. Ik ging om de ton heen over stag. De grootschoot schoot los en de druk ging uit het gootzeil – ik lag stil. Nu wil het dat juist in dit moment Clemens in vrolijke vaart pal midships op mij afkwam en ik geen mogelijkheid zag om nog op tijd weg te komen. Een goede gil doet wonderen, hij zag het nog op tijd, meende dat hij over backbord komen wel voorvaart heeft (is ook zo) maar omdat hij net in een goede bui was, haalde hij het noch om op tijd achter mij langs te gaan. Phew – ik was meteen wakker en klaar voor het volgende rak naar Enkhuizen.

 

Dag 1 – De rit door het donker

Voor de WV14 zag ik al een aantal boten onderweg richting Enkhuizen – die gaan misschien nog een rak halen als ze het uithouden. Maar een paar stopten en gingen door naar Den Oever om daar over nacht te blijven.

Nog steeds niet gegeten, wakker geschrokken door de near miss, ging het in tegenovergestelde richting weer terug. – bijna tegenovergesteld. Mijn ingestelde koerslijn op de GPS in de kuip was niet bruikbaar, omdat die door het nieuwe eiland liep. Dus wilde ik de weg volgen die ik gekomen was en na de visgronden naar Enkhuizen afslaan. Ik ging achter Clemens aan – die zal de weg wel kennen. Ik merkte dat hij erg ver aan de kant van de groene staken langs ging. Omdat hij toch sneller was heb ik het opgegeven hem te volgen en ging terug op de betonde route langs de Kreupel. Daar kwam ik Kees Riemer nog tegenmoet. Ergens tussen zeven en halfacht begon het donker te worden en de toplichter gingen aan. Clemens zag ik ver aan stuurbord voor mij en aan stuurbord achter dacht ik in de laatste schemer de “Passi” te herkennen, en een tweemaster. De posities van die booten probeerde ik goed te onthouden. Net zo als de vaargeul – groen licht, rood licht, groen licht …

Op zich werkt dat principe prima, als je niet van de wilde idee bevallen word de snelste route naar de KG2 te vinden. Voorbij het groene licht van de KR9 wist ik dat de visgronden niet ver zullen zijn. Snelheid tussen de 5,4 en 5,9. Ze zeggen dat je in het donker spoken kan zien, ik denk ik zie er een! Nog steeds in de vaargeul zie ik voor mij een rood en een groen licht op me afkomen. Van allen cursussen en boeken wist ik: groen stuurbord, rood backboord maar wat mij hier tegemoet kwam was precies andersom hoe kan dat? Een schip met verwisselde bordverlichting? – Kan niet. Een schip van achteren? – Kan ook niet. Tot dat ik zag dat de lichten begonnen uit elkaar te lopen. Het waren twee vrachtschepen waarvan de ene beslot om de vaargeul over te steken en richting nieuwe eilanden te vertrekken en de andere rustig aan stuurboordkant richting Den Oever onderweg was. – Ik ging even aan mij twijfelen.

Oeh, daar komt weer een (overdag) groene staak vlak langs de boot voorbij. Het is kwart voor acht en hartstikke donker. Om een veiliger gevoel te krijgen ging ik nog meer in de geul zitten, maar dat kost extra weg en snelheid door de kleinere windhoek. Dus - toch maar af richting Clemens en de tweemaster. Michiel had ik weliswaar noch niet gesignaleerd, maar ik wist dat hij in de beurt zou moeten zijn. – even bellen waar die zit. Ik had hem net aan de lijn om naar zijn positie te vragen, gebeurde het. Links en rechts van de boot schoten zwarte palen langs. En verderop waren er nog meer. Tussen te palen was er een afstand van misschien 5 tot 10 meter. Snelheid 5,2 tot 5,4. Ik haalde de stuurautomaat eraf en hield mij vast. Als de boot ineens stil staat zit ik voor in de punt. En ze bleven maar komen. Dat ik er geen geraakt heb is een wonder. En dat ik geen net tegengekomen ben nog meer.

Toen er geen meer kwamen was ik opgelucht – maar ook weer niet. Want op ieder ogenblik kunnen ze er weer opduiken. De snelheid was intussen op 6,4 tot 6,7 opgelopen en ik zat heel gespannen het donker in te staren. Op zoek naar zwarte palen. Wat in een onweerbui-achtige nacht bij woelig water en zonder maan, een onbegonnen taak was. Een half uur later was ik weer iets geruster. Eigenlijk moet ik uit dit visnetgebied uit zijn een op weg naar de KG2. Ik zie verschillende lichten van boeien maar niet in de richting waar Clemens en de tweemaster naartoe voeren. Ik gaf mijn eigen navigatie op en stuurde op die twee af. Ze wilden tenslotte ook naar de KG2.

Kwart voor negen zag ik ze dan, een vel licht – de KG2. Het nadeel van boeien die je van ver ziet is, dat ze niet dichter bij willen komen. Maar bij dit hoge tempo viel dat me. Ze komt dichter bij noch 2 minuten. Ik pak de camera en druk op de knop om de flits in werking te zetten – 8 seconden, zij Jan bij het palaver, moet je de knop ingedrukt houden dan brand een rood lampje. Na ik druk al veel langer maar GEEN ROOD LAMPJE !! paniek ! dat ding laat mij toch nu niet in de steek?

Druk ik wel op de goede knop? Licht erbij – ja. De boei vliegt dichter bij. Shiiet ik ben er al.

Text Box:  Daar merk ik, ik had niet doorgedraaid. Snel de film doordraaien, nog eens op de knop drukken en – ja het lampje brand, snel omdraaien en een foto maken, want de boei was ik al voorbij. Ik hoop dat ik goed gemikt heb, want het licht van de boei is zo verblindend dat je een paar seconden daarna niets ziet. Tegen de tijd waar het oog weer wil komt de volgende lichtorgie.

Ik was rijp voor een rustperiode. Doorvaren naar Breezanddijk was even in me opgekomen, maar dat vond ik een beetje te. Het is nu negen voorbij en ik heb 77 mijl achter de rug waarvan 64 wedstrijdmijlen. Nog eens 18 mijl zag ik niet meer zitten. Zeilen opgeborgen en de boot voor de haven klaar gemaakt. Met Bob gebeld om de tijden door te geven en de kuip opruimen. Michiel was in de tussentijd ook binnen en we voeren in de oude Haven. Een rustige plek voor kroegen en restaurants. We waren allen te moe op nog op pad te gaan. Na een wel verdiend biertje dook ieder zijn kooi in. Ik had ook nog spaghetti me en die heb ik meteen opgemaakt. Ik was zelfs te moe om nog wat aan het verhaal te doen.

Terug