Dag 3 – Meer van hetzelfde

Vrijdag 3. Oktober 2003. Om zes uur eruit en naar weerbericht luisteren. Kees en Jan vertrekken net uit de haven. De wind staat oost en is nog even sterk als gisteren. Verwacht word dat die gaat krimpen en naar NW draait en sterkte 4 zal aannemen. (dat wist de weerman – maar de wind nog niet) Nog aarzelend wanneer te vertrekken stond er eerst nog ontbijt op het programma. Boot klaar maken, anker hijsen en toch ook maar weg. Wie weet is de V14 bij Medemblik nog bij daglicht te bereiken. Om 7:00 uit de haven vertrokken op weg naar de SPORT-B. De haven stelde trouwens niet veel voor.

Ik voer naar het verlengde van de koerslijn voor de boei en hees de zeilen. De snelheid was niet tenderend 1,6 tot 2,0 knopen. Michiel en nog iemand waren al vertrokken en ik wachtte nog om te zien of de wind net zo als gisteren ochtend op en neer ging of constant was. Hij bleef constant en zo ging ik ook maar op pad. Om 7:30. Dit keer met en rooiante foto van de boei met naam en al.

De frisse wind verdwijnt langzaam en mist komt op. Op halve mijl afstand liggen nog twee boten in het water. Meer kon ik niet zien. Ze drijven net zo als ik heel langzaam vooruit. Michiel, die voor mij gestart was, ligt nu op zelfde hoogte en is met de spinnaker aan het experimenteren. Het lijkt iets op te leveren, dus pak ik ook mijn groot doek. Heel even leuk geweest maar niet lang. Doek weer weg.

Om 8:51 valt de wind totaal weg. Mist, doorkomende zon en geen beweging op het water te bekennen. Alles nul. Weer roer vastgezet en eitje gebakken. Loop nu een stevige knoop door het water en alles wat daarop drijft. 24 mijl, 1 knoop dat is…. Ik durf er niet aan te denken dat ik 24 uur tot Urk onderweg zal zijn. Van wedstrijd is helemaal niets meer te bekennen – die heb ik al opgegeven. Het enige waar het mij nu nog om gaat, is om zondag op tijd door de finish te gaan. Maar ook dat is bij dit tempo niet eens theoretisch meer mogelijk. Om 9:42 ben ik klaar met mijn ontbijt en kijk naar boven. 0 knopen maar in de verkeerde richting. Kennelijk is de wind aan het draaien. Een half uur later zit ik weer op koers.

 

Dag 3 – De bezoeker

Wat moet je nou als er zo helemaal niets verder gaat. Stil zitten kan ik dan niet, ik moet iets doen. Uit pure ellende heb ik een klein doekje gepakt en ben begonnen de kuip te poetsen. Ik begrijp nu waarom ze vroeger met tandenborstels het dek geschrobd hebben. Ze wilden helemaal niet eerder klaar zijn met het werk omdat dan meteen weer de verveling toesloeg.

Kwart over tien kwam ik erachter dat de GPS weer zonder stroom zat. Dit keer was het de accu die behoorlijk leeg raakte. Zeker door het intense gebruik van de stuurautomaat en het feit, dat de hele nacht het ankerlicht gebrand heeft. Ik zet alles uit wat niet direct nodig was. Anders is het, als ik in het donker aankom, bij mij aan boord ook hartstikke donker.  Dus gaat ook de CD-speler uit (ik begrijp nu ook de hint met een goed boek meenemen – die verbruikt geen stroom). Het was aakelijk en slopend rustig.

Ik dacht al daaraan om met de putsemmer naar voren te gaan hem in het water te gooien en dan heel hard naar achteren te rennen om vaart te maken – maar ja, dat was misschien niet echt practicabel.

Daar krijg ik ineens een passagier bij. Bijna had ik hem weggejaagd om gewicht te besparen maar hij begon zich als nuttig maatje te ontpoppen. Hij huppelde over dek, naar boven in de zalingen en verder in de top om daar de spinnen weg te pikken. Yes, dacht ik, dat is ook gewicht – vreet ze allemaal op! En dat deed ie ook.

Moed gekregen door deze handicapvoordeel, ging ik weer aan de slag om de halfwinder te zetten. De niet-wind kwam nu heel duidelijk uit het NWen.

 

 

Dag 3 – De uitvinding

Het interessante fenomeen bij geen of weinig wind is, dat zeilen nog inspannender is dan bij veel wind. De halfwinder deed geen bijdrage bij die niet-wind van ruim achteren. Dus ik ging van mijn vaarboom een spinnakerboom maken. Echter, daarvoor was die te kort, maar kwam op zijn hoogte toch nog iets voor het voorstag uit. Ik had geen spinnakerschoot, maar ik had de boegschoot van de halfwinder door de kop van de vaarboom laten lopen, en mijn lange landvast gebruikt om de vaarboom naar achteren te trekken. Daardoor kon ik de ballon voor de boot halen en zo toch wat wind opvangen.

Toen de wind draaide liet ik de vaarboom (niet helemaal) tegen het voorstag terug zwaaien en had weer een halfwinder. Met deze halfaker of spinnwinder kon ik mijn vaart toch van een naar twee knopen opvoeren en was minder gevoelig voor de draaierige niet-winden. Ik presteerde zelfs om op de voor mij liggende boten in te lopen.

Urk was daarmee weer een heel stuk dichter bij gekomen. – Net een beetje moed getankt, zakt die weer weg. Ik ben nu bijna halverwege en had van ST1-VZ2 tot VZ4 (= ca een mijl afstand) een half uur nodig. Het is nu 15:30. Alleen de eenzame stilte is absoluut voorbij. De hele dag was niemand te bekennen, maar rond het kruispunt was het kermis. Platbodems die op de motor van Enkhuizen naar Stavoren racen, zeiljachten die van Lemmer naar westen motoren en een visser die het op mijn achterstag gemunt had en pas op het laatste moment op zij ging om me te passeren. (Hij dacht wel dat ik ging vluchten, maar dat ging niet). Ik had meer op- en neerwaartse beweging afgewisseld met heen- en weerwaartse door al de golven die de gasten veroorzaakten, dan enig voorwaartse.

 

Dag 3 – Een wonder

Het is 16:30 en ik lig stil tussen de VZ6 en VZ8. De golven die al die boten veroorzaakt hebben verdwijnen niet, maar blijven staan. Uit het noordwesten komt een zachte wind op. De snelheid loopt weer op naar 2 knopen en blijft daar. 2,1 2,3 dat gaat goed. De wind draait naar west, 2,4 2,5 – Power alarm !

Text Box:  De spanning is onder 8 volt gezonken en ik moet nu ook de omvormer, de PC en de GPS uitzetten. Ik pak de kaart en zet ook de stuurautomaat weer uit. Want ‘s nachts zal ik hem toch nog nodig hebben. Het enige wat nog loopt is de windmeter, de kompass en het log. Ik zie tenslotte nog de boten voor mij, die trouwens behoorlijk uitgelopen waren, en ging hun achterna. Het doorvaren naar Medemblik had ik toch allang opgegeven en wilde alleen nog voor donker in Urk zijn.

De snelheid was ondertussen op 3,2 aangegroeid en de wind kwam nu met 7 kts uit het zuid westen. Tegen 17:00 zat ik op 4 knopen. Nog een kwartier later waren het 9 kts wind en de richting was noch zuidelijker geworden. Ik beslot de halfwinder in te halen en op de fok verder te gaan. 4,6 knopen aan de wind. Dat ging goed dacht ik en begon vaarboom, lijnen en de halfwinder op te bergen. Ik liep iets hoger dan de buurman van mij en iets sneller. Hij had nog zijn halfwinder laten staan. Ik begon al te rekenen of het misschien zou lukken nog voor donker bij de UK16 aan te komen, maar dat zag er niet naar uit.

De snelheid valt terug, de wind draait weer terug naar NW. Wat doen – ik heb net alles ingepakt. Maar ja er zat niets anders op – alles weer naar boven. Vaarboom, halfwinder, lange landvast en weer een halfaker bouwen. Door het heen en weer gebouw zijn de anderen (de mesten hadden de spi laten staan) nog verder uitgelopen en liggen nu tot twee, drie mijl voor mij. Allen vooraan zie ik de zwarte spi van Michiel. We waren zes boten die met toenemende wind nu op Urk toestuiven. 5,2 knopen, dat had ik eerder op de dag willen hebben – dat iedereen hier last van had was maar een kleine troost.

De UK16 zag ik allen nog maar in het donker, een naar de ander kwam aan en, als een na laatste, ook ik. Het is 19:55. Er was nog net genoeg power om het toplicht te voeden, maar dat was ook alles. In het donker heb ik dan alle zeilen opgeborgen. Het was wat lastig, omdat door de wind de golven nu ook hoger geworden waren en de boot behoorlijk schommelde. Michiel was niet verdergegaan en had bij de boei gewacht. Hij voer vooruit door de staken naar de Urker haven en ik achteraan.

De noorddijk lag al twee- drie- dik vol met allemaal Solisten. Het grote havenbekken was nog leeg. Het was wel aan lager wal, maar had stroom voorzieningen en ik kon mijn accu weer bijladen. Wat ik niet meer gedacht had was gebeurd. Ik lag vandaag nog in Urk. Moe als had ik in windkracht 8 gezeten, maar ik was er. De balans 24 mijl ipv. 50 gepland geeft voor vandaag een min van 26. Met de min 18 van gisteren lig ik dus 47 mijl achter op schema, in te halen morgen en zondag ochtend. Dat betekend vroeg op pad en doorvaren, doorvaren, doorvaren.

Te moe om nog zelf iets te klaar te maken, gingen we op zoek naar een restaurant. Nu was dat niet zo moeilijk, maar ιιn, die om negen uur ‘s avonds nog iets uit de keuken wilde laten komen – nee. Uiteindelijk zijn we een Chinees binnengevallen en hadden daar nog een gezellige avond met twee andere Solisten. Herman Tieman van de NAN en …(ik vraag om vergiffenis maar ik ben de naam kwijt) iemand die net na binnenkomst opgegeven heeft en na de gezellige avond er ook meteen spijt van had.

De pekingeend was lekker. Rond twaalf was ik weer terug op de boot. Nog de route voor de volgende dag in de GPS gezet en ik was klaar voor de kooi.

 

Terug