Dag 4 – De wind is er

Zaterdag 4. Oktober 2003. Twee uur later om 3 uur ‘s ochtends ging de wekker. De wind varieerde tussen 14 en 17 kts. En dat in de haven!

Thee zetten voor de thermoskan, ontbijten en extra warm kleden voor de ochtend uren. Om halfvier ging ik naar buiten de boot klaar maken. De sprayhood leg ik neer om iets minder wind te vangen en beter bij de lijnen te kunnen. De wind drukt de boten stevig tegen de kade. Wegkomen zal niet makkelijk worden. Het plan was: ik help Michiel vanaf wal met de boot vrij te komen, en hij sleept mijn neus door de wind. Dat werkte zonder problemen en om exact 4:00 waren we van wal gestoken, op weg naar het donker.

In de haven nog had ik moeite de boot recht op koers te houden om landvasten en fenders binnen te halen. Ik moest een extra ronde draaien. De noordpier was al uitgedund maar er lagen nog heel veel boten. Terug in de kuip begon de ellende. De verlichting van mijn handGPS in de kuip was uitgevallen. Hij deed het nog maar ik kon niets zien, tenzij ik met de zaklantaren daarna scheen. Ik had alleen alle handen bezet en geen mogelijkheid om hier iets aan te doen. De haven uit, kwamen er ook nog de golven bij. De wind NW 5 (17-19 kts) ging heftig. Door het donker moesten we de weg door de onverlichte staken zoeken. Weer Michiel vooruit, ik achteraan. Het ging langzaam. Bij het eerste rode licht de UK22 waren we vrij van de staken en gingen op de UK16 af. Tegen de wind in om de zeilen te hijsen. Omdat er ook nog 6 verwacht word leg ik er meteen een reef in. De lijn bleef steken en ik kon de reeflijn niet aantrekken. Grootzeil weer gehesen dat die misschien nu vrij komt, maar nee, ze blijft vast zitten. Ik haak de lijflijn in mijn zwemvest en ga naar voren. Haak me aan de mast vast en loop de lijnen na. Een vouw van het grootzeil had de reeflijn klem gezet. Ik kreeg de lijn los en strompelde weer naar achteren. De golven bleven maar komen. Tot dat het grootzeil gereefd stond, was ik al een halve mijl over de UK16 uit gevaren. Michiel was al gestart en op pad.

Ik liet me afvallen om achter de boei te komen en probeerde in die tijd de GPS weer op gang te helpen. Zonder vond ik het nix. Maar niets (ook uit- en weer aan- zetten, erop slaan of tegenaan praten) hielp, de display bleef donker. 4:56, ik draai door de wind en ga met halve wind op de boei af – klaar om te starten.

Met 5 knopen schiet ik op de boei af. Camera klaar, gespannen, flits gereed de boei voor mij klaar om af te drukken – grote golf. Ik druk op de knop, de flits gaat maar of ik nou de boei of de donkere nacht op de foto had was mij niet zo duidelijk. Zeker omdat ook dat felle licht van de boei het landschap vertekent. Ik draai om en neem een nieuwe aanloop op de boei. Dit keer van de andere kant, leg de boot bijna stil voor de boei en maak nog een foto. Hebbes - nu staat die erop. Camera weg, over stag gaan en met de dag beginnen. Het was 5:05 en de vierde dag is begonnen. Op het eerste stuk is de navigatie simpel: zo hoog mogelijk.

Golven en wind nemen toe. Af en toe verschijnen ook een 22 kts op de windmeter. Michiel zag ik een tijd lang ver voor mij, dan ging hij over stag en zijn achterlicht was verdwenen.

Om 5:38 had ik het rode licht van de EZ20 aan bakboord. Omdat er nog steeds poweralarms afgingen, heb ik GPS en PC uitgezet om alles op nieuw te starten. Tevens heb ik ook de batterijen van de handGPS vernieuwd. Om niet helemaal blind door het duister te varen heb ik de boordGPS aan gezet en vervolg mij positie nu op het grote scherm binnen. Mijn doel was om in ieder geval de handGPS weer werkend te krijgen, zodat ik mijn positie via de PC kon volgen. Als volgende veiligheidsmaatregel beslot ik niet meer de koerslijn te volgen maar bij de boeien te blijven om via die weg ook naar Medemblik te komen.

Dus ik ging over stag, door de vaargeul heen en nog eens over stag weer richting noorden.

Om 6:25 had ik de PC en het handGPS weer in de lucht. Mijn snelheid was rond 4 knopen. Omdat ik de fok ook ingekort had, en de snelheid voor die wind eerder aan de lage kant was, heb ik de fok weer uit gerold. Dat schelde meteen een knoop.

De wind draait iets van NW naar WNW, en ik kan hoger op. Ik stuur nu op de EL-A, een geel/wit licht  ca. halverwege mijn positie en het Vrouwenzand. Om 7:11 draait de wind nog meer, en ik kan de koers evenwijdig aan de koerslijn varen. Om 7:49 ga ik over stag. Ca. een mijl voor het Vrouwenzand. Mijn doel is om onder de visgronden, die ik al op de eerste dag heb leren kennen, naar Medemblik door te steken en van daar uit de V15 aan te lopen.

 

Dag 4 – Ochtend spektakel

Het wordt licht. Bij de EZ2 kruis ik de vaargeul en ga op twee molens af die voor Oosterdijk in de zon glinsteren. Helaas is de wind verder naar westen gedraaid zodat ik verder zuidelijk uitkwam als ik had gewild. – Een extra slag dus. Michiel is intussen ook bij de vaargeul aangekomen en ligt ca 1,5 mijl achter mij. Ik neem een foto van de prachtige ochtendlucht. Het is 8:42, 5 knopen onveranderd.

Boven Andijk ruimt de wind weer en gaat terug naar WNW. Met eitje bakken word het vandaag niks. Broodje pindakaas, thee en dat was het. Om 9:55 over stag om op hoogde van de V15 te komen. Om 10:17 weer over stag en af richting V15. De zon wordt warmer en het winterpak kan uit. Ondanks de wind is het lekker in de kuip.

Na al de verhalen was ik al benieuwd hoe moeilijk het zal zijn de V15 te vinden. Ik had geluk. Van het oosten komend en een donkere onweersbui voor mij, glansde de gele paal al op een mijl zichtbaar in de zon. Ik zat er bijna goed voor. Hoe dichter ik bij de boei kwam, hoe meer boten te zien waren. De hele ochtend misschien twee en nu minstens vijf - zes. Die waren vast gisteren nog doorgegaan en vanuit Medemblik gestart.

Vlak voor mij was Bart Smulders met de Bondi II bij de boei. Ik ga de boei iets voorbij en om 10:37 over stag. Om 10:40 wordt de boei voor het nageslacht op de foto gebannen.

Verder gaat het als een trein. Iets meer dan halve wind, 4,5 tot 5,9. Ik haal het reef eruit en rol de fok helemaal uit. De snelheid wordt 6,4 tot 7,3. De wind legt ook nog iets toe en de VZ1 vliegt op mij af. Al het rekenwerk van hoe veel mijlen te gaan en wanneer dan waar, heb ik overboord gezet. Lelystad was het doel en alles andere telt niet. Om 11:45 was ik bij de VZ1.

Foto, zeilen aantrekken en in volle zonneschijn verder naar Makkum. Ik had een goede bui (nog) en vond de drukte op het water best spectaculair. Ik word ingehaald door de “Content” en er komt een redelijke onweersbui aan. Ik loop tussen 5,0 en 5,8 knopen door het water, en vind behoorlijk veel doek te hebben staan voor die wind. Als er nu nog windstoten van die bui aankomen …  Dat vond ik wat minder en begon de fok iets in te rollen en het grootzeil te reven. Bijna natuurlijk, bleef de reeflijn weer hangen en ik hees het grootzeil weer omhoog om de reeflijn vrij te krijgen. Midden in dit geëmmer begonnen de windstoten. Als eerst vloog mij pet overboord – nota bene de SOLOzeil pet die ik net gekregen heb, en waar ik zo trots op was, en dan zwaaide de giek als bezeten naar de andere kant. Ik kon nog net op tijd bukken, anders was mijn hoofd de pet achterna gegaan. Het grootzeil flapperde en makte een hels lawaai, intussen ging ik alleen op de fok verder. Nadat het grootzeil weer iets gehesen was liep ik naar voren om de lijn weer vrij te krijgen en trok de reeflijn aan. Het lukte verder allemaal, alleen ik had zowel hoogde, als ook mij 200myls solo pet verloren. Het ging alles zo vlug, dat ik niet eens tijd had om te kijken waar die terechtkwam omdat de giek erachter aan kwam. – ik was er niet vrolijk.

De hagelbui die los kwam was ook niet zuinig. Ik moest met een hand mijn ogen beschermen omdat het gewoon zeer deed. De bui duurde ca 20 min en daarna lachte de zon weer als of er niets aan de hand geweest was. Alleen kouder was het, en de golven waren wat hoger. Omdat de snelheid op 3 knopen terug liep haalde ik het reef weer eruit en besloot bij de volgende buien niet meer te reven.

   

Dag 4 – Al ziet men kerk en toren staan ….

Kon ik in begin na de VZ1 de richting naar Makkum nog enigszins houden, moest ik nu afvallen en kwam steeds dichter langs Stavoren. Op het water was het nu druk. Veel waren richting Makkum onderweg, een grote groep was richting Breezanddijk te zien en uit Stavoren liepen een aantal Platbodems die kennelijk ook een race hadden of met enige bezetenheid van de prachtige onweersbuien op het water wilden genieten.

Ik had net mij blik op de witten gebouwen van Makkum gericht, die in de zon glansden, toen ik voor mij hard geschreeuw hoorde, ik keek maar zag niets, ik keek onder het voorzeil, kwam er op twee bootslengtes afstand in volle vaart een platbodem op mijn mast af. Ik gooi het grootzeil los en draai af. Nog net op tijd en zijn giek ging een meter langs mijn zaligen heen. -

Daarbij had ik nog geluk dat hij niet ook probeerde af te vallen.

That was close. Daarbij had hij nog voorvaart ook, want ik kwam over stuurboord en hij over bakboord. Ik was het niet meer gewend om met zo velen op het water te zijn. De schrik zat erin.

Het volgende half uur bleef ik aan lij zitten en staarde onder het voorzeil door naar de witten gebouwen die ik wilde aansturen. Ik merkte dat ik het niet zal halen en zocht een geëigende gelegenheid om over stag te gaan. Zal niet zo moeilijk zijn kan men menen, maar er was net een wedstrijd bezig. (de grote groep boten die ik daarnet nog in richting Breezanddijk heb gezien) En ze hadden met z’n allen besloten om koers op mij te nemen. Ik voelde me net de schaatser in de Delta Lloyd reclame op die alle ijshockeyspelers tegelijk afkomen. Ik voer door tot de mesten mij achter gepasseerd hadden en ging dan pas over stag.

Afgeleid door de zeilwedstrijd had ik niet op de wind gelet en had achteraf bekeken beter door kunnen gaan. Maar alas. Ik kruiste de koerslijn en ging er nog een stuk overheen om daarna in een klap naar de VF4 boei te komen. 14:35 ging ik dan over stag richting Kornwerderzand – dacht ik. Makte ik tot nu toe tussen de 5,3 en 6 knopen, het word nu 3,6 3,2 2,2 1,6 op. Niets meer. Wind weg. Pleitos. Zo helemaal absoluut niets. De golven waren er wel, en behalve een schitterende regenboog over de afsluitdijk niets bijzonders te herkennen. Maar kennelijk was de onweersbui die er nu uit het noordwesten aan kwam alle kracht aan het verzamelen om straks in volle sterkte los te barsten. Zal ik nu toch reven of niet? Nu is er nog tijd. Na ik laat het zo als het is. Zal niet zo erg worden.

Er gebeurt nog niets. Ook de boten in mijn beurt (halve mijl van mij weg) staan alle kanten uit. Laat ik voor de zekerheid de fok iets inrollen. Ik was er net me klaar daar kwam die. 5kts, 11kts, 17kts, de boot ging meteen op zij liggen en makte eerst nauwelijks vaart. 19kts, 21kts het begint nu ook als gek te hagelen. Ik kan de instrumenten boven het luik nauwelijks zien. 25kts, 27kts, ik dacht, shit dat moet toch ook weer minder worden, 29kts het water komt over het gangbord heen en ik maak 6 knopen, maar het had wat mij betreft nu best minder kunnen zijn.

Het duurde ca 10 minuten maar leek uren. De wind wordt minder, 22kts. Dat voelt als een verademing. Ik trek het grootzijl weer strakker, dat ik iets losser gemaakt had om minder luchtweerstand te bieden. De hagel doet nog zeer, maar het wordt ook iets lichter. Gelukkig had ik voor zulke gelegenheden een skibril mee – maar die lag binnen op de bank.

Toen de hagel in regen overging, viel ook de wind terug op eerst 17kts en dan 15kts. Goed nieuws. Het slechte nieuws was, dat de wind naar noorden gedraaid was, en de hele uitstap om hoogde te winnen voor noppes was, omdat ik, met de aanliggende wind, Makkum weer bij verte niet zal halen. Om 15:30 bedacht zich de wind en draaide terug naar NW en ik kon evenwijdig aan de koerslijn verder gaan. Helaas te ver afgedreven, zodat ik een mijl voor de VF4 nog een slag moest maken. Vlak achter mij kwam de Passie langs de rode staken die dit spektakel kennelijk dichter bij kust heeft meegemaakt. Twee andere 200mylers kwamen in de vaargeul naar de VF4 toe en hoefden geen slag meer te maken.

 

Dag 4 – Terug naar de stal

Om 16:15 was het dan zover. Ik had het noordelijkste punt van deze reis bereikt. Trotse foto van de boei gemaakt, en weg richting Hindelopen. Met ruime wind liep het wat minder hard, 2,7 tot 3,2 knopen, maar de stuurautomaat kon weer aan. Oh nee - ik heb nog het toplicht branden. Snel uit. In de hektik van de strijd was ik vanochtend vergeten het toplicht uit te zetten. Ja hoor, de spanning is weer behoorlijk laag. Ik twijfel of ik de stuurautomaat wel aan zou laten, maar doe het even toch. Eerst iets eten, een biertje en omkleden. Ik was door en door nat.

Ca. een kwartier na de boei, ik had net een van mijn dochters aan de telefoon, kwam Kees Riemer met zijn “Poespas” tegemoet op weg naar de VF4. De wind draaide weer iets westelijker en kwam voller op de zeilen. De snelheid liep goed 6,0 tot 6,5 met uitschieters naar 7,0 knopen. Het leek als of de boot niets liever dan naar huis wilde. – Ik had er niets op tegen.

Om 17:55 de H2 bij Hindelopen gefotografeerd, en met halve wind ging het verder. 6,3 was het minimum. Da’s lekker. Ik heb van de stuurautomaat over genomen en genot de speed. De wind was te hard om de halfwinder uit te pakken. En goed ook, want ik liep er nu twee keer uit het roer. Net toen ik de fok iets wilde inrollen kwam er weer een windstoot en de boot helde over. Weer water over het gangpad heen. Ik haalde de voorschoot van de lier los om meer lijn te geven maar de druk was zo groot, dat de voorschoot in zijn geheel van de lier afliep en door omlenkrol en lijoog verdween. Dit suffende geluid hoorde ik ook aan de andere kant en mijn fok, geheel en al met voorschoten, waaide als een woedende vlag aan het voorstag. Ik gaf het grootzeil ruimte om de boot weer recht op te zetten en rolde de fok helemaal in om scheuren te voorkomen. Beide voorschoten verdwenen naast de boot in het water.

Wat nu? De regen is ook weer heviger geworden, en ik wilde de stuurautomaat niet gebruiken zolang het nog zo te keer gaat. (goed dat ik net droge spullen aangetrokken had, want die waren nu ook meteen weer nat). Ik vond het even niet leuk. Hoe krijg ik de schoten uit het water zonder het stuur los te laten? – Niet. Ik voer gewoon nog een kwartier door tot de wind iets minder werd, zette de stuurautomaat weer aan en ging over het natte dek naar voren om de schoten binnen te halen en te ontrafelen. Ze hadden zich als twee slangen over de hele lengte in elkaar gedraaid.

Het is 18:33 en de toestanden zijn weer normaal. Wij passeren net Stavoren. Michiel, waar ik na de H2 boei van was weggelopen, is met al mijn escapades weer ingelopen en ligt nu een aantal bootslengtes voor mij. De snelheid was nog steeds 5 tot 6 knopen. Achter liggen heel ver weg nog een paar boten, ik vermoede Kees Riemer en nog twee andere in de beurt van de H2 in Hindelopen.

Zo’n anderhalf mijl na Stavoren begon de wind in te zakken. De snelheid liep terug naar eerst 4 tot 5 en wat later naar 3 tot 4 knopen. Om 19:16 hadden wij de ST1 bereikt. Met de verandering van de koers bij die boei kwam de wind bijna van achteren en de snelheid liep terug naar 2,4 2,0 1,6 0.

0, dat had ik toch al eens eerder vandaag? Nu is nul door het water bij wind van achteren nog altijd goed voor een kleine beweging maar nul over grond vond ik niet al te rap. Het moet aan deze boeien liggen, want op de 2e en 3e dag had ik hier ook een race met groene algen gehouden en heel soms ook gewonnen. Maar vandaag niet. De golven staan er nog steeds en met ieder golf slaat de giek tegen de mast als of iemand met een grote hamer de boot bewerkt.

De giek vast binden hielp ook niet. Ik moest ze gewoon met de handen vasthouden om nog een beetje boot over te houden.

Van de ST1 tot de VZ4 (ca. 1 mijl) had ik 31 minuten over gedaan (een minuut langer dan gisteren naar Urk – was dat gisteren of een week geleden??) Het begint donker te worden. Ik wacht met het aanzetten van het toplicht zo lang mogelijk. Bij de VZ4 staat het rode licht al aan. Michiel dobbert vooruit. Door het water 0, over grond nu 1,8 knopen. A hell race.

Kwart voor acht, het is al donker, komt een zachte bries op. 3,5 over grond, maar de vreugde duurde niet lang. 10 minuten later was het weer over. Dit spel van zuchtje aan zuchtje af duurde ca. tot 20:20 en vanaf halfnegen kwam die weer in volle sterkte terug. 4,8 5,0 6,0 5,5 en de snelheid bleef op peil.

Ik had in de tussentijd alle systemen weer uitgezet, dit keer ook de navigatieverlichting en de verlichting van de PC. Ik kon de route wel tracken maar niet zien waar ik was. Ik wilde dat voor noodgevallen bewaren mocht ik echt verdwalen. Navigatie dan maar weer met de hand en de kaart. En dan was daar ook nog Michiel. Die had wel nog alle systemen up en running. Ik haalde hem in en bleef op zijn lij kant. Iedere keer dat ik hem inhaalde bleef ik in zijn windschaduw hangen en viel weer iets terug. Zo ging ik naast hem de hele tocht tot aan de EZ21 bij Lelystad toe.

Text Box:  Bij mij was al lang alles donker, alleen het toplicht deed het nog. De navigatie verlichting had ik uitgedaan om van de continue powerarlarm af te zijn, die alle tien seconde erg irritant afgegaan was. Om 21:00 had ik de PC en de omvormer ook uit gezet en was nu ontdaan van ieder techniek. Een gevolg daarvan was, dat ik nu in de kuip gevangen en aan de helmstock geketend was tot dat de zeilen weer naar beneden gaan.

Het was donker, geen maan, de sterren kwamen eruit, prachtig. Als geluid was allen het bugwater te horen en af en toe een schreeuw van een vogel, die als je maar lang genoeg door het donker gevaren hebt, net op een kinderstem lijkt die iets wil vertellen. – Of was nu de tijd gekomen om langzaam maar zeker gek te worden? Met de zicht was het er ook al niet meer zo best. Ik begon dingen te zien die er kennelijk niet waren. Zo zag ik tegenover het volgende rode licht iets in het water schemerig verlicht. Het was groot van omtrek maar geen boot, een soort toren, maar toren kon het niet zijn midden op het water. Dit hield mij toch zo’n kwartier bezig. Ook de SOLO-wimpel liet mij schrikken, ondanks ik echt geen schriknatuur ben. Ik voelde iets op mijn schouders en toen ik omkeek zag ik de weerschijn van Michiel’s achterlicht in mijn achterstag. Even leek het als of er iemand achter mij stond. – zie ik ze al vliegen??

 

Dag 4 – En turbulente aankomst

De volgende twee uur gebeurde niets opwindends, de wind had nog aangetrokken en we schoten met 6,5 op de EZ21 af. Urk was goed verlicht en heel duidelijk te zien, maar welk groen licht voor ons nu de EZ12 was, was niet zo één twee drie te zien. Ik keek weliswaar vaker op de kaart maar kon er niet wijzer van worden, zeker omdat ik ook niet precies wist waar ik was.

Door de wind was ik nog eens uit het roer gelopen en door de windschaduw van mijn navigator heen gebroken.  Met iets meer snelheid, was ik iets voor de Passie bij de boei.

Het is 22:55. Om het foto niet te verpesten zet ik mijn bril af, en mik door de kleine zoeker. Yes, ik ben er. De foto staat erop en ik kan de zeilen laten zakken. Tijdens de rit viel het niet op maar de golven waren behoorlijk. Het voorzeil inrollen was al moeilijk maar nu het grootzeil, ik draai in de wind en laat het grootzeil zakken, zet de motor aan en word een paar keer op de kuipbank geslingerd. Ik loop snel naar binnen om de navigatieverlichting weer aan te zetten en kruip op allen vieren naar voren om het grootzeil vast te maken. Terug in de kuip word ik weer op de bank geslingerd. Ik trek de grootschoot aan om het zwaaien van de giek te minderen, toen bij de volgende golf de kraanlijn uit de klem schot en de giek met mij eronder op het gangbord sloeg. Goed dat ik aan de lijflijn hing. Mijn elleboog deed zeer, zo als de pink van mijn rechte hand.

Ik zette de stuurautomaat vast en vertrok richting Lelystad. Toen ik de GPS wilde aflezen miste ik mijn bril. Die lag waarschijnlijk nog buiten op de bank. Juist ze lag er nog. Maar de vorm was lichtelijk veranderd. Mijn gezicht paste er niet meer achter – te plat. Het glas was wel heel, maar het frame totaal stuk. Nu had ik weer licht en werkende instrumenten en zag nog niets. – zonder bril kon ik ze niet aflezen.

Ietwat ontrafeld (zonder bril en zonder giek) ging het richting Lelystad. In de haven begon op het late uur nog een speurtocht naar de ingang van de sluis. Met z’n drieën voeren we alle hoeken van de haven af voor dat we allen om half een in de sluis van Lelystad konden schutten. Het is al zondag 5. Oktober 2003

Na de sluis zochten we een plek in de haven op. Of het nu aan de sluis lag, of dat de wind ook moe was – het was windstil. Aan een doorvaren was nu toch niet meer te denken. Behalve dat, moest ik eerst nog die giek weer op z’n plek zien te krijgen. Iets na 1 uur ’s nachts lagen we in de haven afgemeerd. De reparaties wilde ik dan morgen voor vertrek doen. Dood moe viel ik in bed wetend, dat in twee uur weer de wekker zal gaan om op tijd weer op pad te zijn.

Terug