Donderdag 30. September 2004.


Om 7:00 ging de wekker, ik kijk naar buiten. 3kts wind en heel kleine rimpeltjes op het water. Ik ging meteen weer onder eigen zeil. 11:00: op de radio wisten ze te vertellen dat in de loop van de middag wind 4 of 5 zoude komen. Dus ik wachten en lantefanten. Prachtig weer, uitslapen, eitje bakken, tuinstoelen eruit gehaald en met de korte broek in de zon liggen. Zo had ik me een wedstrijd altijd voorgesteld. Stress zonder einde en naadenken wat voor stoere verhalen ik daarvan zou kunnen maken.


Tegen 13:00 kwamen in de verte wolkenvelden aan, en ik makte mij gereed om op pad te gaan. Waar wolken zijn komt ook wind – right? Dus anker op. Adios Enkhuizer kom. Of de wind ook wist dat die bij de wolken hoorde te zijn?? Op de motor gaat het naar de K2. De wind is ZZW, de zeilen staan strak en ik maak alles klaar om met Spi te vertrekken. Hoger aan de wind om wat aanloop te kunnen nemen. In het startgebied aan gekomen zet ik de motor uit en kijk niet echt gemotiveerd. De strakke zeilen kwamen door de vaartwind en hangen nu slap naar beneden. Ik kies een startpunt in het verlengde van de te varen koers naar de SPORT-B, en hijs de SPI. Sh… die hangt slap naar beneden. Ik probeer met de vaarboom verschillende standjes maar niets helpt. Ik besluit nog te wachten.

De rimpels op het water worden sterker
(5-6 kts wind) er komt een lichte bolling in de SPI. Hij staat, en ik ga van
start. Knopje drukken en off you go. Herman Thiemans is intussen bei de K2
gekomen net toen ik vertrok. Eerst leek het als of hij stopte, maar hij ging
alleen zeilen verwisselen. En kwam achter mij aan. Hij was net ook op pad, da
valt de wind totaal weg. Ik krijg de crisis. Exact hetzelfde als vorig jaar.
Ongelovig kijk ik naar dat slappe doek van mij en zie dat Herman wel een bol
zeil heeft en steeds dichter bij komt. Ah, dat is het. Hij heeft de boom aan de
andere kant. Ik kijk naar boven, ja hoor de windvaan staat in richting vaarboom.
Als of ik bezeten was, ren ik naar voren, verwissel de boom en – he he hij is
weer bol, en het gaat weer vooruit. De stuurautomaat hout goed koers. Als de
wind dat nou ook deed. Ik kijk om en zie dat De NAN weer een stuk dichter
bijgekomen is. Ik hoor weer geritsel en het doek hangt slap. Wind? Ja, weer
terug gedraaid, dus boom verwisselen. Ik werd er gek van. Alleen nu zie ik
Herman ook zijn boom verplaatsen.


Wind 5kts pal van achter soms een beetje meer bakbord, soms een beetje meer stuurbord. Ik ben al kledder nat van de boom verwisselen. Ik besluit hem weg te halen – de boom. Op die manier had de Spi vrije baan om naar lust van de wind voor de mast heen en weer te schommelen. Het geheel is misschien wat minder effectief maar ik heb weer rust.



De zon is intussen helemaal achter een grijs wolkengordijn verdwenen. Het lijkt dat het zo kan beginnen te regenen. Daarbij zou het toch waaien.



Ik ga naar binnen en laat het sturen over aan Charlie. Hij doet dat uitstekend. Herman is in de tussentijd voorbij gegaan, en samen zijn we een bruin/oranje zeilcombinatie ingelopen. (tenminste een stuk goed nieuws) Om 15:45 belt Michiel. Die zijn nu 8 mijl voor Breezanddijk en ze vroegen zich af waar ik uit hing. Bij mij waren het nog 12 mijl. Door de verrekijker kon ik zijn zwarte spi herkennen en ook die van de Bondi.





Om 16:55 ben ik nog 8 mijl van de SPORT-B
vandaan. de wind is 5kts en de snelheid over grond is 3,8 knopen. De wind komt
een beetje op, en veegt van overal zeilen naar voren. Weer het boei effect. Je dichter bij de boei des te meer zeilen in de
beurt.
Om 19:00 ben ik, vlak achter Jan Luyendijk bei de SPORT-B, het eindpunt van de huidige rit. De wind is noch meer op komen zetten, maar die hadden we nu niet meer nodig - en als of die dat wist, ging ie gedurende de avond en de nacht steeds harder waaien. Verlost van de weinig spannende etappe liep ik de haven van Brezanddijk binnen - tegen het donker worden aan. Na ja haven is een beetje te veel van het goede. Een beschut plekje water dat van allen kanten door steen wallen omgeven is. Geen mogelijkheid ergens af te meren, en als die vol is, is het ook moeilijk s'nachts een ankerplek te vinden. De voordeel me zo velen op pad te zijn is dat er altijd al een paar zijn die eerder een leuke plek gevonden hebben en daar al liggen. Aanschuiven is dan ook niet zo moeilijk. Er lag al een groepje bekenden vlak achter de zuidwal. Cees en Michiel, en noch iemand daar tussen. Voor de zekerheid ging ik noch de anker uitgooien voor ik langszij de Passie kwam. Maar ergens wilde het niet lukken. Na de derde poging lag die dan goed.
Kennelijk was ik niet de enige met
ankerproblemen want naast mij waren twee boten met de ankerlijnen over elkaar
heen gekomen en deden verwoede pogingen om die weer uit de knoop te halen. Omdat
ik toch niet kon helpen, ging ik mijn spul opruimen, en daarna bij de buren op
bezoek. Het werd een gezellige avond op de JeanDix.