Vrijdag 1. October 2004.
Om 6:00 hoor ik geluid. Wat een wekker had moeten zijn was alleen een ontevreden gegrom. De telefoon was in de brom stand, of kon of wilde niet rinkelen. Goed ik was toch soort of wakker, en klom uit de veren. Het is nog donker en ik heb nog geen zin om naar buiten te gaan. Op de radar zie ik 12 tot 14 kts wind. Als dat zo blijft, heb ik al uitgerekend, dan haal ik het via Urk, Medemblik, Makkum naar Hindelopen. Tenminste, is dat het wensplaatje om in rust en zonder hektik zaterdag de weg terug aan te gaan - en zaterdag ook nog te finishen. Om niet weer op zondag nog de zenuwen te kwellen. Het plan was duidelijk, het ontbijt lekker en ik was klaar om bij dageraad bij de startboei te verschijnen.
Buiten was het nog al frisjes maar dat lag waarschijnlijk ook aan mij. Het water was woelerig. Ik startte de motor en was klaar om de lijnen naar buurman Michiel los te gooien, toen hij melde dat zijn anker los lag en de mijn ook wat slapjes hing. Ik liep naar voren en kon het anker zo naar binnen halen. Het is mij niet duidelijk wat in de nacht alles gebeurt is, maar we lagen allebei niet vast. Een geluk dat tenminste twee van de vier ankers hielden, anders waren we met z'n allen op de stenen gezeten.
Bijna tegelijk gingen de vier boten van de ankerplaats. De wind was 14+ kts en buiten de haven pakte ook een hevigere golfslag op. Het weer was even onvriendelijk als gedurende de hele nacht. Wind ZO en vochtig. Triest.



Start was om 7:37. Cees was voor mij gestart en liep ook meteen weg. Ik maak 4 knopen door het water en 4,7 over grond. Charlie stuurt weer. Een korte kijk op mijn routeplan wijst uit dat ik er rond 10 uur over het volgende manoeuvre na moet gaan denken. Tot dan, recht uit en zowel hoogde als ook snelheid houden. Tussen 9:10 en 9:15 gaan een voor een nu over stag. Cees als laatste. Dat betekend, dat die alle naar de VZ4 onderweg zijn. Daarmee was ik mijn richtlijnen kwijt en ik voer in mijn eentje verder. De bedoeling was om zo ver mogelijk door te gaan tot onder de WP12 om in de volgende slag zo dicht mogelijk langs (en niet op) het eiland te gaan en dan zo ver mogelijk naar Urk te komen. Misschien draait de wind noch, maar voorlopig komt die noch uit die richting waar ik naartoe wil. Volgens de recente weerbericht waait er een ZO2. Een kijk op de teller laat zien dat het nog steeds 18kts waait, en daar heb ik niets op tegen. Hoogte en snelheid zit lekker.
Toen
om 9:41de KR5 vlak langs de boot verscheen, wist ik dat ik weer in de bewoonde
wereld was, en ik kon fatsoenlijke plannen makken om op het juiste moment bijna
exact om
10:00 over stag te gaan. Dat lukte ook, en net als afgemeten kom ik precies bij
de KR11 (boven het eiland) uit. De Obelix is nog een stuk doorgegaan en neemt
koers door de visgronden. De wind is nu aan het afnemen, van 14 naar 13 naar 11
kts, hij draait iets naar zuiden en de koers die ik daarmee haal is 124.
De ideaal
koers over grond was 131 geweest om Urk direct te bereiken, maar ja, dat
betekend een extra slag om daar te komen. De afstand naar Urk is nog 16.6 mijl.
Dat betekend bij de huidige snelheid nog vier uur te gaan, dus rond 14:00 bij de
UK16 te zijn. => Een uur vertraging op het optimal-schema.
Met het passeren van de KR11 was ik weer in druk vaarwater en moest ook op de tegenliggers letten.
Maar niet alleen tegenliggers ook medereizigers waren aan boord gekomen. Moe en uitgeput maken ze dankbaar gebruik van het feit dat deze manier van trekken iets minder vermoeiend was.

Naarmate de reis vorderde, des te meer kwam mist op en de zicht werd steeds slechter. Zo werd het vaak een verrassing wat er als volgende uit het niets op komt dagen. Zolang het allemaal op afstand is heb ik er geen problemen me, maar soms hoorde ik wel wat maar zag nog niets tot ...

Soms waren het kleine verrassingen en soms grote. Zo erg om de radar aan te zetten was het nog niet. Gelukkig, want daar had ik niet mee gerekend ivm. power consumptie. Ik was al blij, dat Charlie genoeg had om zich uit te kunnen leven.




En,
met alle respect voor de schitterende licht spelen, word het nu toch langzaam
tijd om weer op de weg te letten. Nog 2 uur volgens de GPS naar Urk. Even leek
het dat ik na een uitwijkmanoeuvre voor een vrachtboot bijna weer op koers zat.
132 was gevraagd, 135 was de koers over grond. Helaas, de wind werd steeds minder
en het lukt mij nauwelijks evenwijdig aan de boeien lijn te blijven varen. Voor
korte tijd kwam de zon door en de wind trok iets aan. Charlie bleef keurig op
lijn. Zelfs voor overstekende booten had die geen respect meer. Hij zeilde alles
omver. Jaap had mazzel dat die sneller was.







In de verte kwamen nog twee schemers opdagen - een teken dat de UK16 niet meer ver was. Die zaten op de route Lelystad Urk.

Het weer word weer heel apart, de wind ging terug, de lucht werd donker en ik maak me al klaar voor de bui. In de verte, als of het nooit zal gebeuren komt de UK16 in het vizier. Nog een extra slag vlak voor de boei - helaas.




Begeleid van nog een vrachtschip en later een staffel F16s gaat het met de wind mee terug van waar ik vandaan kwam: naar het eiland met de visgronden. - wie heeft dat bedacht. Zo'n 8 minuten na de UK16 kom ik Herman tegen. Ook hij is klaar voor de regenbui, maar heeft de UK16 nog voor zich. Dat was trouwens ook de laatste keer dat ik hem in de 200myls tegen kwam. Hoe weet ik niet, maar ik kon hem de rest van de dag nergens meer uitmaken, en toch had hij met zo'n kwartier achter mij moeten liggen. En dat is een afstand die je zou kunnen zien ook bij dit rare weer.




Terug
gaat het onder vliegende vanen. Alles wat bolt gaat op de mast. Zelfs de natte
zeilkleding helpt mee om nog wat vaart te maken. En de zon doet als of er niets
geweest was.
De
verdere verloop werd steeds spannender je dichter ik bij de boeienlijn van het
Wagenpad kwam. Mijn doel was om in ieder geval voor donker bij de WP12 te zijn en
minimaal tot Hindelopen door te gaan, maar met deze zucht van wind kan ik blij
zijn als ik vandaag nog de WP12 haal. En zo kwam het ook. De boeienreeks bestaat
uit 4 rode boeien waarvan het licht bij de eerste gedoofd is. Heel handig als
het donker word. Bij de eerste en tweede had ik nog redelijk vaart, maar bij de
derde begon de spi weg te vallen. De wind was zo zwak, dat die begon te draaien en
van alle richtingen tegelijk kwam. Spi naar beneden en op de fok en de boom
verder. helpt ook niet. boom weg en wachten wat er gebeurt. - niets. Ik drijf
nog steeds door het water met 3,8 knopen en nog zo'n halve mijl te gaan. Ik ga
naar voren naar de punt en probeer de WP12 dichter bij te kijken. nog ca 200 meter.
Ik heb nauwelijks nog snelheid. Het onweer kan op ieder moment losbarsten. De
kleur van de lucht is zeer dreigend. Dat duurt nu
langer dan de laatste drie boeien. Zo'n 50 meter voor de boei is ie dan echt op.
Niets meer, maar ook dan echt absoluut niets meer. Op de schwung / de massa van
de boot drijf ik op de boei af, steeds langzamer wordend en ieder moment
kon ik kompleet stil vallen. Ik stond voor op de punt de GPS-GSM in de hand, woede in mijn buik
en een hemel die begon open te barsten en al het water wat iemand kon bedenken
begon naar beneden te gooien. Daarvoor had ik me net omgekleed en was de natten
spullen ontvlucht om nu zonder regen jas van boven volgegoten te worden. cm voor
cm schuift de Cassiopeia verder. Ha hebbes nog 5 meter. ik vind het welles en
druk de knop, loop naar achteren zet Charlie vast. Mijn plan was om nog 10
minuten te wachten en te kijken of de wind weer opkwam, en zo niet het voor
gezien te houden en naar Medemblik te gaan. Iets waar ik absoluut niet mee
gerekend heb en wat mij ook niet echt vrolijker maakte. Vorig jaar lag ik om die
tijd in Urk, nu in Medemblik. Dat betekend een heel lange
dag morgen voor de boeg te hebben.
Na 10 minuten zet ik de motor aan, verklaar de wedstrijd voor
vandaag als beëindigt, en motor naar Medemblik.

Omdat het zo goot, ben ik naar
binnen gegaan en heb de radar aan gezet om niet tegen iets op te varen dat
toevallig mij weg kruist. In stromende regen in Medemblik een plek aan de
kade te vinden was ook niet alles. De brug naar de binnenhaven was al dicht, en
buiten was alles vol. Dus ergens aanschuiven. Ik kijk of ik nog meer Solisten
vind maar nee hoor,
hier was ik de enige. Bij de invaart naar de jachthaven vond ik nog een vrije
plek aan de kade, voor een restaurant. De plek was OK. Ik meerde af, en werd
meteen begroet door een echte fan van het natte element. Of die uit het
restaurant ontsnapt wasn of dat die mij wilde vertellen hoe leuk zo een s.. weer
is, weet ik niet zal het ook niet te weten komen. Nadat ik hem mijn braadpan heb
laten zien, was die vertrokken - geen idee waarom.