Dag 4 – De lange dag

Zaterdag 2. October 2004. 

S’ochtends vroeg uit de veren. Het dorp slaapt nog. De enige figuren die aan de kade te zien zijn, lijken erg druk maar verroeren zich geen stuk. Het zijn de bronzen figuren die aan de noordkant van de havenmond in Medemblick aan vergane tijden moeten gedenken.

De ochtendlucht straalt onschuld uit, kleine maar toch levende rimpels op het water. Naarmate ik verder van de kustlijn weg kom des te groter worden ze. ZZW wind niet gek.

Dat is wat ik voorlopig nodig heb om zonder extratoeren van de W8 naar Stavoren en dan naar Makkum te komen. Voor de terugweg weet ik het nog niet of vanaf Hindelopen de koers naar het Vrouwenzand wel bezeild zal zijn. Maar wie dan leeft – die dan zorgt. Voor nu ben ik op pad naar de W8, de lucht schittert en de humor zit er vol in – ik heb er zin in.

Alles ligt klaar, de W8 is te zien, ik draai in een bocht naar het verlengde van de LC6-VZ1 en hijs het grootzeil. De Wind komt bijna van achteren. Ik leg de vaarboom klaar om te vlinderen. Er waait een dikke 4. Ik zie geen andere boten in de beurt

Ik neem aanloop, motor uit, op naar de W8 en – klik. Hij doet het. 8:30 en ik ben gestart voor de langste etappe van de wedstrijd, want mijn plan was om tot Muiden door te varen. Geen zenuwenslopend gehannes meer op zondag ochtend. Dus, Stavoren, here I come.

Grootzeil aan Backboord en vaarboom aan stuurboord, stuif ik op Stavoren af. De LC6-VZ1 is in zicht, noch 10 min volgens de GPS. De hele weg was ik alleen, en toch krijg ik nu last van iemand die ook in volle vaart op de VZ1 afbruist. Hij heeft zijn grootzeil aan Backboord, vaart aan de wind en is zo te zien tegelijk met mij bij de booei. Wat doen ik?? Ik haal het niet om voor hem langs te gaan. Remmen kan ik ook niet. Ik geeft het stuur aan Charly over en ga na voren om de vaarboom in te halen. Omdat ik niet weet hoe hij na de boei zijn vaart zal voortzetten geef ik voor- en grootzijl ruimte om vaart te verminderen. Goed plan, maar ik word niet echt langzamer, de zeilen flapperen, maken herrie, en ik maak een redelijk hulpeloze indruk. Ik was zo ver van de boei afgevallen, dat die ieder wegkeuze vrij door kon gaan. Uiteindelijk gaat die ander recht door naar zuiden, en ik sta hier als een natte poedel en kan weer opnieuw beginnen vaart op te bouwen. Nu ook over de boeilijn gekomen, neem ik koers op de VF4 bei de sluis van Koornwerdezand. Het is 9:21.

Cassie stampt keurig en het gaat met grote sprongen richting Makkum. En zo als gebruikelijk in de buurt van een boei, er komt weer leven in de omgevimg in vorm van andere boten. Om 11:29 ben ik bij de VF4 en heb nog tijd om een paar fotos te maken.

 

 

Dag 4 – De "afdaling" kan beginnen

De weg terug is begonnen, wind tussen 21 en 25 knopen, ik moet het voorzeil inkorten. Om geen extra slag te moeten maken ga ik zo hoog mogelijk aan de wind. Hetgeen betekend, minder snel en af en toe een lading water over dek heen. Maar het lijkt te lukken om van de rode staken weg te blijven, die de ondieptes langs de Makkumse kustlijn kenmerkt. Een keer bij de laatste rode staak voorbij, kan ik weer opgelucht gaan relaxen en de H2 voor Hindelopen in het vizier nemen. Veel ruimte kan ik niet toegeven maar iets beter dan daarnet word het wel, wat navigatie betreft.

Om 12:24 ben ik bij de H2. Na Hindelopen ga ik wel weer over stag en zoek het ruime water op. Tenminste zo ver, dat ik Stavoren voorbij kom en tegelijk de VZ4 in een slag kan halen. Nodig om niet op het Vrouwenzand vast te komen zitten; wie wil dat nouw (= inside joke).

Vlak na Hindelopen hoor ik een lange toeter en gejuich. Ik was over de finish line van een lokale wedstrijd gevaren en heel enthousiast afgevlagd. Alleen ik hoorde er niet bij. - da kwamen zij later ook wel achter, maar het was leuk om het gevoel te krijgen gefinished te zijn. Alleen ik kon niet om hun finishboot heen omdat die precies in mijn route lag en ik geen hoogde weg wilde geven.

De wind hield nog steeds op 23 knopen en het water werd steeds nieuwsgieriger, want het kwam steeds vaker over dek heen tot in de kuip. Binnen bleef ook niet meer alles op zijn plaats liggen en ik vroeg me al af wanneer ik weer tijd had om naar binnen te gaan. Charly vind deze wind nix. Hij dwaalt spontaan van koers af, en voor dat die helemaal niet meer wil, neem ik van hem over en zit nu aan de helmstok gekluisterd.

 

 

Dag 4Voorbij Stavoren

Stavoren haal ik net zonder over stag te moeten. Het weer is nog steeds schitterend, en in het zuiden, daar waar ik nog heen moet, zie ik de ene onweersbui naar de andere overtrekken.

Om 16:25 was ik bij de Obstn, een van de weinige markante punten op weg van het Vrowenzand naar Lelystad. De wind komt nog steeds half in en met de wind ook onweer. De laatste bui was hevig maar liet, om het weer goed te maken, boven Urk een reuze regenboog achter.

 

Dag 4 – De lange nacht

Ik had me voorgenomen door te gaan tot Muiden; moe of niet moe, weer of geen weer.

Om 17:36 was ik bij de EZ29, de laatste IJsselmeerboei van deze wedstrijd. Een onweersbui wisselt nog steeds met de volgende af. Boven Enkhuizen ziet de lucht bijzonder zwart en dreigend uit. Maar ja misschien gaat die richting noord oosten vertrekken en heb ik er geen last van. Ik had er vandaag al genoeg in gezeten. De weg naar de sluizen was rustig. Geen medestrijders in de beurt, en ook in de sluis niets opwindends meegemaakt. De weerbericht vertelt ZW 6, maar ik probeer het. Na zeven ben ik bij de OVD3 gearriveerd, heb mijn avondeten opgeborgen, alles wat vliegen kon vastgespijkerd, het licht aangezet en de zijlen weer gehesen. Voor de veiligheid heb ik nog een reef gestoken. Om 19:13 ga ik weer van start. Aan de windse koers, richting NEK. Een klein open bootje met SOLO vlag en zeilnummer 2040 was alles wat ik zag. Nu het helemaal donker werd zie ik nog iemand mijn kant uitgaan, maar die is te ver weg om te herkennen of die erbij horde.

Boven Hoorn hangt niet alleen een hele zware lucht, maar er zijn ook af en toe bliksems in de wolken te zien. Dat zag er geweldig maar ook gewelddadig uit. De kans is er natuurlijk, dat de wind na dit onweer voor een tijd gaat liggen, maar da heb ik nu toch geen boodschap meer aan. De wind is nu 19 knopen bijna halve wind. Ik doe niets aan de zeilen, ik laat het riff erin zitten, want wie weet wat er nog komt. De snelheid is 6,8 door het water, verwachte aankomsttijd NEK kwart voor negen. Plan is om naar de NEK door te gaan en zo laat mogelijk naar zuiden te varen.

Zo halverwege loopt de wind iets terug. De golven worden hoger en de lucht is schitterend. 20:47 NEK. Precies naar plan. De wind is 22 knopen, en ik ga zo hoog mogelijk aan de wind, om zo min mogelijk slagen naar Volendam te moeten maken.

Ik ben nog net bij de NEK voorbij en het begint te regenen. Niet aarzelend maar met heel dikke druppels. Nu zou ik verwachten dat de wind ook minder werd, maar dat was niet zo. Die bleef door waaien. En hij waaide ook echt overal naartoe. Bij gewone regen helpt nog eens de skibril, die ik over mijn brillen deed, maar die hielp nu ook niets. Ja misschien als ik er ruitenwissers erop had zitten. Maar nu zag ik niets meer.

Ik kwam steeds dichter bij de kust. Dus ik moest over stag. Misschien zie ik dan meer. Maar tot mijn grote teleurstelling, de regen komt hier net zo hard naar beneden dan van de andere kant. De volgende teleurstelling was de bezeilde koers, ik ging helemaal niet naar zuiden, ik ging bijna naar ZO. Hoe kan dat? Ik had toch verwacht dat ik bij een ZWe wind Volendam van daar waar ik was in een slag zou kunnen bereiken. Maar dat was niet zo.

De seconden werden minuten en de minuten werden uren. Ik vroeg me al af wanneer het zeilpack begon op te weken. Zo rond half elf kreeg ik verlichting bij. Het begon de bliksemen en donderen dat was niet normaal. Zelfs hagel viel er een paar minuten lang, maar bleef niet lang in de kuip liggen. Eigenlijk had ik het licht van de MN1 al lang moeten zien, maar ik zag nauwelijks de punt van de boot.

En toen ik het zag was die niet voor mij maar naast mij. Hetgeen betekend nog een slag. Moe en letterlijk en figuurlijk opgeweekt ga ik over stag om dichter bij de boei te komen.

En dat was nog niet de laatste overstag manoeuvre van deze avond, want ik haalde ze nog niet.

Om half twaalf kon ik dan op de verlossende knop drukken. Nog vol onder zeil zet ik de motor aan en was het zat zat zat. Het liefst was ik met motor onder vol zeil de haven in gevaren. Maar deed ik dan toch niet. Het was dat ik een idee had waar ik naar de haven af moest slaan, want gezien heb ik niets. Om half een lag ik in de haven, uitgeteld en all. Niet eens op een plek waar het mocht. Ik heb de boot op de enige vrije plek gelegd en het bord van "gereserveerd" effe nog gelezen nog gezien. Ik vroeg me af of daar buiten in het Markermeer ook nog water was, want ik had de indruk dat alles water vandaag over mij en mijn boot gekomen was. Om half twee was ik dan al iets rustiger en ben na wat rekenwerk en drie wekker zetten de kooi in gedoken.

 

Terug