Dag 5 – De 203myls

Zondag 3. Oktober 2004.

Om 6:29 was ik uit de veren. Mijn wekkers hadden hun best gedaan, en bij de tweede was ik er al uit. Het regent en ik besluit die bui nog af te wachten, buiten is nog steeds alles s..k nat. Eigenlijk wil k er meteen weer in duiken, maar een stevig ontbijt helpt mij wakker te blijven.

De ochtend zon probeert goed te maken wat de regenwolken vannacht hebben aangericht.

Iets over 7 ga ik de haven uit. In de haven stond de wind met 18 knopen, hier buiten is het iets meer. Het was niet zo makkelijk om van wal weg te komen.

Om half acht, 8:27 om precies te zijn ga ik weer van start. In ieder geval met een betere humeur dan nog een paar uur geleden op die zelfde plek. De wind waait met 23 knopen, en komt van het zuiden, en ik ga met 5,4 kts over grond richting Paard van Marken.

Achter mij komen 2 om de Volendam boei heen (die zijn van NEK komend heel vroeg uit de veren geweest) en een iemand is voor mij gestart of ook om de boei heen gekomen, maar waar die vandaan kwam weet ik niet. Ik had daar niet zo op gelet omdat ik op weg van de Haven naar de MN1 nog vaak binnen geweest ben. Het Paard van Marken is bezeild. Het voorzeil heb ik weer iets ingerold om niet te veel snelheid te verliezen.

Ondanks de prachtige dag is mijn stemming nog niet helemaal top want ik zit nog in het natte pak, alles is klam en nat, niet echt vriendelijk, maar ik ben onderweg en zou het moeten kunnen halen.

Rond 9 uur war ik bij het paard van Marken. Ik probeerde zo dicht mogelijk bij het Paard voorbij te komen om geen overtollige meters te maken, maar kreeg er onmiddellijk spijt van toen ik twee keer een harde metalen gebonk onder de kiel horde. Kennelijk was ik er te dicht bij, of het waterniveau was al gezakt voor de winter, in ieder geval had ik daar twee keer de grond geraakt. Geen prettig gevoel, maar ik was op slag meteen helemaal wakker.

Gebeurt was niets, maar ik had er mooi de schrik erin. Naar het paard hoopte ik iets hoger te kunnen maar das was niet zo. Bijna in een rechte lijn ging ik op de kustlijn af. In de verte zag ik aan stuurboord een rood witte boei, maar lette daar niet verder op. Aan backboard had ik redelijk van dichtbij de BvK liggen. Voor de koers kijk ik op mijn hand GPS om het juiste moment te bepalen om zo over stag te gaan dat ik precies bij de PH boei uit zou komen.

En dat betekende flink doorgaan naar de kust. De anderen booten zag ik eerder over stag gaan, maar lette daar niet veel op, want iedereen werd hier behoorlijk van koers gezet. Voor mij telde alleen nog maar op tijd naar huis komen. Ik ging tot dicht aan de kust en dan over stag. De PH boei zou dan redelijk bezeild moeten zijn.

De wind is nog steeds rond de 24 knopen en dat tegen de wind in stampen word enigszins eentonig. Over een half uur zou ik bij de PH moeten zijn. Ik had nog koffie in de thermoskan en begon met mijn tweede ontbijt.

Ja en dan gebeurden er wat rare dingen. Het half uur was om en zou toch nu toch redelijk dicht bij de PH boei moeten zijn. Volgens het schermpje van de GPS was dat tenminste zo. Ik keek en keek en keek nog eens, naar backboord, naar stuurbord, vooruit, achteruit – maar nergens een boei te bekennen. Zouden ze die hebben weggehaald? Stinkstreek – dat hadden ze toch gezegd?

Na een laatste poging ergens uit de golven nog een boei te toveren, moest ik toch met de idee vertrouwd worden dat ik op een verkeerde plek zat. Eerst waren het onweerswolkjes die bij mij uit de oren kwamen, later kon ik wel heel wat meer stoom aflaten. Ik had nog de waypoint van de oude PH positie in de GPS staan. Op de PC had ik de posities wel bijgewerkt, maar die stond niet aan, en op de kaart heb ik niet gekeken, daarvoor kende ik de buurt te goed – hmmm/grrrr/pfffff.

Maar ja, gebeurt is gebeurt. Ik draai om ga, pal voor de wind weer terug waar ik vandaan kwam, want de boei die ik meer dan een uur geleden op backbord zag – dat was die waar ik had moeten zijn. De anderen in de beurt moeten wel gedacht hebben dat die niet meer helemaal snik is of te lang op het water heeft gezeten. Eerst stampen als een gek en dan terug gaan om alles nog een keer te doen. De blamage voor mijzelf is een ding waar ik mee overweg moest komen, maar de gevolgen hiervan hadden mijn adrenaline meteen op 180 gebracht. Bijna twee mijl terug naar de boei, en dan dat hele stuk nog eens doorstampen. Dat kost mij minstens een uur – en die had ik eigenlijk niet meer.

Omdat ik terug ging kon ik geen fatsoenlijke gegevens over aankomsttijd van de GPS aflezen. Maar zo over de duim zou ik "give some take some" rond 12:00 bij de IJM17 aankomen. En dat is mij te grof. Er mag nu absoluut niets meer mis gaan. Wat een blunder.

Dank de hevige Zuidwind ben ik redelijk vlot bij de echte PH. 10:17 ca drie kwartier achter schema, en dat was niet te ruim. Ik heb nog een uur en 43 minuten om te finishen. Op zich geen onmogelijke taak, was het niet, dat de wind daar vandaan kwam waar ik naartoe wilde.  Na de boei ga ik meteen weer stampend richting kust van Pampushaven. Het hele traject is ca 4 mijl, tegen de wind in bijna 8 mijl. Bij een gemiddelde van 5 mijl per uur doe ik er een uur en 37minuten over. Dat geeft mij een kussen van 6 minuten. Mensen, 6 minuten op 4 en een halve dag, dat is verdraaid weinig.

Mijn oog is de hele tijd aan de snelheidsmeter geplakt. Erop of eronder. Soms ga ik met 4,8 soms met 6,3. Een keer ga ik hoger een dan probeer ik op snelheid met minder hoogte te gaan. Alle 10 minuten begin ik na te rekenen, als of ik dan harder ging. En dat deed ik ook. Ik bleef toch regelmatig ver boven de 5 knopen zitten. Maar, ik moest ver over de Amsterdam-Lelystad vaargeul heen om de IJM17 bezeild te krijgen. Op sommige stukken ging ikzelf boven de 7 knopen uit. Yes - dacht ik die pak ik terug.

In al de hektik, had ik geen fotos meer gemaakt sinds het paard. Kwart over elf ben ik nog maar een paar minuten van de finishboei weg. Ik wist al dat ik binnen was en moest die boei toch nog even in beeld vasthouden als herinnering aan een finish dat ik vast had, en ineens toch weer niet, en pas op het laatste moment weer teruggewonnen had.

 

Dag 5Na de FINISH

Trots, voldaan, en wetend dat het voorbij is, ga ik om 11:26 langs DE boei. Knop van het apparaatje indrukken, YES !! Bijna ongelofelijk. In een druk op de knop is het voorbij, over, uit, DONE.

Nu realiseerde ik me pas weer, dat ik nog steeds de natte spullen aan had ondanks soms de zon erg vel door de wolken kwam. En het koste nog heel wat moeite om dat natte regenpak uit te trekken. Het leek wel vastgegroeid.

Ik haalde de zeilen in, en bleef op de motor in afstand van de finishboei rondhangen om te zien of er nog veel tussen mij en de sluitingstijd binnen kwamen. Een paar waren dat wel. Lucky guys. !!

Toen ik de haven van Muiden invoer, kwamen er al een paar uit die op weg naar huis waren. Je kon het toch aan boot en bemanning merken dat ze langer dan een middag op pad zijn geweest. De lieden van de zeilschool zagen er wel wat onbelasteder uit.

Ja, en zo ziet nu een boot uit dat vlak naar de aankomst aan het uitpuffen is.

Op de steiger loopt het in begin nog wat wankel, maar de gezichten zijn allemaall vrolijk en tevreden. Ook als bij sommigen de boot na de finish toch iets anders uitzag dan bij begin van de race.

Iedereen heeft wat te vertellen en iedereen luistert graag wat de anderen zo alles meegemaakt hebben. Want van de 80 verschillende deelnemers hebben 80 een andere 200myls meegemaakt. En als ik mijn blooper van vandaag meereken dan heb ik zelfs geen 200myls maar een 203myls gevaren.

Uiteindelijk ben ook ik zo ver, nadat ik naar een paar verhalen geluisterd heb (jammer dat het maar een paar waren), mijn logboek met de laatste gegevens ingevuld heb - tijdens de hectische eindspurt had ik daar geen tijd voor -, en de een en ander varwel gezegd heb.

Het is toch een apart gevoel als alles voorbij is om dan na de wedstrijd van de steiger in Muiden los te maken, en weer naar huis te gaan. Het is het zelfde water, de zelfde boot, het zelfde weer - maar toch is het een andere wereld waarin je weer terug gezet word. Net was je nog een held ter zee in strijd met de elementen, en nu ben je weer iemand in een bootje, die op zondag middag leuk aan het lanterfanten is. Wat een verschil. Is het echt al weer afgelopen? Hoelang heeft het geduurd? vierenhalf dagen? vierenhalf uur? nog minder. Het was er zo om. En toch lijkt het manden geleden dat we bij Ome Ko de beruchte Appeltaart met Koffie hebben gehad.

Mijn dank gaat absoluut aan het hele coördinatie team, dat aan land, ter zee en in de lucht alle handen en knoppen vol had om iedere deelnemer te voorzien van alle service die bij zo een wedstrijd mogelijk is. Jan, Bob en allen die achter de schermen meegeholpen hebben,

een hartelijk Dank, van

Peter Müller & Cassiopeia

Terug