Dag 1 – De start

Woensdag 28. September 2005

't was nog vroeg, toen ik mijn ogen open deed. Geen moeite met de wekker (ik had er voor de zekerheid drie mee genomen, omdat het mij al eerder gelukt was om door twee heen te slapen. Het is nog donker. Niet iedereen is van plan om vroeg te vertrekken. Zij het omdat er te weinig wind stond, of dat uitslapen ook niet zo gek was. Er waren maar een paar early birds. Ik was er een van, want ik wilde de vroege sluis pakken en niet zo als vorig jaar een uur moeten wachten omdat mijnheer de sluiswachter is gaan lunchen.

Het ontbijt was kort en krachtig, en bij de eerste schemer ben ik vertrokken. Op weg naar buiten nog een paar fotos gemaakt, maar het oog van de kamera was nog een beetje duf van de avond daarvoor, en daarom nog niet zo scherp.

De wind was fris, 8 kts ZW maar ik wist dat die nog zoude aanwakkeren en naar westen draaien. Om 8 uur, maar dat was het nog niet. Ik had meteen de SPI gezet om tenminste een beetje meer vaart te maken. Bij het zetten had ik een paar problemen omdat die niet uit de zak wilde (ook voor een SPI is het vroeg in de ochtend). 't was dus niet echt soepel gegaan, maar de boot begon te lopen.

Nog nauwelijks van start en de pers was er al om het langzame spektakel in beeld vast te houden. Menno was eigens vroeg op pad gegaan om de parade van de 200mylers af te nemen. Ben al benieuwd op zijn fotos.

Mijn buurman op de J-Action is bij deze wind t'huis. Hij soeft er langs en gaat er vandoor. Blijkbaar moeiteloos.

Over Amsterdam hangen regenwolken waarschijnlijk is dat de wind waarop de anderen allen wachten, die nog in Muiden zijn blijven liggen. Maar langzaam kommen ze een voor een te voorschijn.

 

Bij de P1 gaat de zon op, althans komt ze ter voorschijn. Achter mij gaan ze aarzelend een voor een van start. De regenboog in het westen laat weten dat het niet meer lang duurt voor dat de wind iets krachtiger zal gaan waaien. Zo'n 20 minuten voor het Paard van Marken is het dan zo ver, mijn SPI slaat dicht en maakt kenbaar, dat die naar binnen wil. Windvlagen, eerst kort dan langer dwingen mijn de SPI eraf te halen. Veel te vroeg, dacht ik, maar ik kreeg hem niet meer rustig. Goed dan, naar beneden met de handel. De slurf gaf bij het hijsen al problemen en nu weer. Het duurde een hele pos om de slurf naar beneden te krijgen. Heb met dat geklungel weer tijd verloren. Een keer beneden liet ik het ook daarbij, ook toen de wind rond het paard weer iets zachter werd.

Na het paard was het een "aan de windse" koers. Goed maar niet te ruim bezeild. Een apart gevoel te weten dat zo veel boten achter je liggen. (ook heeft dat niets met de wedstrijdstand te maken).

Herman, die veel later en kennelijk met meer wind gestart was, en zijn SPI langer kon laten staan, is nu vlak achter mij. Tot aan de GZ2 kan ik hem nog voor blijven.

 

Dag 1 – Via NEK naar Lelystad

Na de GZ2 was het weer halve wind naar NEK toe. Ik had waarschijnlijk een bord achter op de spiegel dat zei: "komt u allen maar gezellig bij me langs varen". Want daar leek het op. Kees Riemer lag nog steeds voor mij (hij met Halfwinder (en ik niet) en ik kwam er niet dichter bij. En een voor een liepen ze bij me langs. Herman, Otto en ook de LUPA MARIS. (Misschien wilden ze ook allen maar op de foto?)

Zo halverwege GZ2 en NEK gebeurde dan, wat ik al eerder had verwacht. De af en toe windvlagen bleven staan, en de wind neemt behoorlijk toe. Een voor een zie je boten met een Halfwinder of SPI hun koers verlaten om het steigerende doek te laten zakken (de een eleganter dan de ander). Otto ging het langst met zijn halfwinder door, maar mest uiteindelijk ook beswijken. Vijf minuten later zag ik voor me er geen enkel gekleurd zeil in de mast. Achter mij wel, daar komen ze aanstormen dacht ik, maar ze weten nog niet dat het hier afgelopen is. En ja hoor een voor een die in dat gebied kwam begon op zijn manier het gevecht met cq. tegen het grote doek, 

Bij de NEK werd de wind steeds harder. Herman is vlak voor mij en gaat bij de boei nog iets door om dan te gijpen. Ik heb de ruimte, dus ik maak een stormronde en ben redelijk snel weer op pad. Iets hoger aan de wind dan Herman maar onze masten lagen naast elkaar op de zelfde hoogde. Hoe het kwam weet ik niet maar ik begon van Herman weg te lopen naar mate de tijd verging. De wind kwam net zo dat het voorzeil niet echt mooi bleef staan en zich telkens weer achter het grootzeil verstopte...

 

Dag 1 – De sluis 

Om 12:36 was ik zelf bij de OVD3 en nam koers richting Lelystad. Voor mij was niemand te bekennen. Naar de P15 zag ik nog van ver een iemand vertrekken, maar kon niet een goed zien of die van ons was. Der rest voor mij ging allemaal maar de sluis.

Met motor aan en grootzeil nog gehesen, ga ik zo snel mogelijk op de sluis af. in de voorhaven grootzijl laten zakken en aanschuiven bij die die al in de sluis liggen. De deur was nog open en het licht groen. Dacht je, toen het boot voor mij vlak voor de deuren was sprong het licht op rood en de luidspreker vertelde ons om in de andere sluis te gaan varen. Shuut - zo op tijd en nog te laat. - Gelukkig duurde het niet al te lang en we ware er zo weer eruit..

 

Dag 1 - Op het IJsselmeer  

Rond half twee waren we er doorheen, en op weg naar de EZ29. Ik was hevig in de weer of ik nou zoude reven of niet. Sommigen deden het, sommigen niet. De wind was zo rond de 5 Bft. en uiteindelijk beslot ik doch te gaan reven. Redelijk laat want ik was al een eind op weg. Eerst nog een vrachtschip voorbij laten gaan en dan neus in de wind en hijsen maar.

Het was 2 minuten voor twee, toen ik de knop indrukte, de boot aan de wind stuurde en de zijlen aantrok. Ik maak vaart, niet spectaculair, maar toch; en hoogde. De boot kon en wilde nog hoger, maar ik niet. Er is al winterpeil, en ik heb geen zin om grond onder mij kiel te voelen. Een paar steken kennelijk minder diep, die gingen langs de dijk omhoog. Obstn of geen Obstn.

Veel boten waren niet meer in de beurt. De een waren er vandoor gegaan en de anderen konden de hoogte niet houden. Na de Obstn, probeerde ik zo hoog mogelijk te gaan zonder snelheid te verliezen. De plotter lijn te volgen was helaas niet mogelijk, omdat de waypoint van de Obstn op een andere plek lag dan de boei. Ha, dacht ik, daar heb je hem weer (net zo als voorig jaar bij de PH). Ik kon ook niet binnen kijken omdat ik de PC niet aan had. Als voorzorgmaatregel, voor het geval dat ik vanavond in het donker naar Enkhuizen en Brezanddijk of Makkum moet gaan varen. Dan zal ik de stroom hard nodig hebben. Dus alleen op de hand GPS verder.

Toen de EZ3 bijna op de weg lag (had het knap gevonden om na een paar uur zeilen zonder een boei te zien, de eerste die ik tegenkwam meteen overhoop te zijlen) wist ik dat de hoogte goed zat. Ook de KG2 zat redelijk in de beurt en ik gaf commando en stuur over aan Charly, die tot nu toe op deze reis niet veel te doen had. (Want ook hij vreet stroom, en die was ik voor het donker aan 't bewaren.) Na wat huishoudelijke klussen ging ik lekker buiten zitten en van de landschap genieten. Omdat ik de tijd vergeten was vond ik ineens land erg dichtbij komen en het leek dat boten daarachter gingen verdwijnen. - zachte vorm van paniek kwam op. Was ik al bij het eiland? Die boten gaan toch achter het land langs? Dom van mij, maar zonder op de klok te kijken, pakte ik de kaart en zocht mogelijke plekken, waar die boten konden verdwijnen. Was ik al bij het vogeleiland, de visstaken? dan heb ik de hoogte naar de WP8 gemist en ben op koers naar Den Oever?. Toen heb ik toch de PC mee laten lopen, en zag dat ik nog keurig op koers zat naar de WP8. Hetgeen ook inhield dat ik daarmee mijn beslissing had genomen. Even Michiel gebeld om door te geven dat ik nog steeds op koers lag en dat het baan 4 gaat worden. En het einddoel voor vandaag Makkum zal heten.

Een minuut voor half zes ben ik bij de WP8. (zie foto) Een nieuwe aanwinst in het boeien assortiment. Beter dan de staken die tot nu toe het Medemblik-verhaal completeerden. Zeker nachts geen pretje als je niet een exacte waypoint in je GPS had staan en het toevallig niet goot. Deze boei toot ook nog een ander merkwaardig verschijnsel. Bij de mesten boeien neemt de aantal schepen die je ziet toe naarmate je dichter bij komt. Eerst dacht ik dat het hier ook zo was, want naar mate ik dichter bij de boei kwam, des te meer gingen naast mij varen, alleen vlak voor de boei vielen ze af en gingen door naar Den Oever. Misschien wilden ze alleen kijken hoe de nieuwe erbij lag, of om ze later terug te herkennen.

Boei gezien, afgedrukt, en op naar Makkum. Het grootzijl bleef staan, ik liet alleen de fok wat losser, en haalde het rif ui het grootzijl. Het ging niet helemaal pal voor de wind, maar zo goed als. Helaas kwam die niet recht genoeg om te gaan vlinderen en ook niet schuin genoeg om vol van het voorzijl te kunnen profiteren. Ik heb ze allemaal ui geprobeerd. Alleen de Spi zetten durfde ik niet. daarvoor was de wind dan toch te hard.

De boeienlijn van de Kreupel kruisend, zag ik hoe populair de route 3 was. Een paar gingen nog naar Den Oever, een aantal waren al op de weg terug naar Enkhuizen, waaronder ook buurman Bart op zijn J-Action. 

De actuele weerbericht krijg ik van Menno door die op de Guru zag dat er vanaf acht uur 's avonds bij Makkum het onweer zal beginnen met windsnelheden tot in de 7 Bft. Voorlopig lop ik tussen de 4,7 en 6,2 over grond en als het zo doorgaat dan ben ik rond acht in Makkum.

Na alles uitgeprobeerd te hebben om de boot iets sneller te laten varen geef ik het zo halverwege naar de boei op en wil mijn voorzijl inrollen - ging niet. De lijn zat ergens in de trommel vast. Met schroevendraaier bewapend ga ik op de punt zitten, benen over bord, en probeer eerst de lijn en toen dat niet ging de trommel los te maken. Goed dat ik mijn laarzen aan had. Bij een grotere golf doken mijn voeten het water in. En ook goed dat Charlie de weg wist, want ik was er een hele tijd me bezig om de lijn los te wurmen. Een keer geslaagd en een paar mijl verder durft ik mijn voorzijl niet meer uitrollen. 

Zo'n een uur voor Makkum begint het langzaam donker te worden. Achter mij zie ik drie zijlen op afstand blijven, te weten Bart Smulders, Michiel Tasseron en Kees Riemer. Zo anderhalf mijl te gaan en het is nu echt donker. Helmstok weer in de hand omdat de wind harder en de golven hoger werden. Het rode licht van de VF4 is eerst moeilijk te zien omdat de lichter aan wal overheersen en de blik afleiden. Maar een keer dichter bij toch goed te zien.

20:12 druk ik oop de knop. Nou zei niemand van hoe dichtbij je de knop moest indrukken maar in oude 200myls traditie zat ik er bijna zowat op. En dat letterlijk en figuurlijk, want net toen ik drukte werd ik door een grote golf richting boei gezet. Het ging nog goed maar was wel schrikken. De 16/17 knopen wind mee waren bij het zijlen bergen ineens 22 knopen tegen geworden, en de golven die wel hoog maar vreedzaam van achteren kwamen, nu ineens vol en woest van voren eraan kwamen.  

Het duurde tot ik weer alles onder controle had. Bart, Michiel en Kees waren in de tussentijd ook bij de boei, en ik ging richting Haven. Helemaal door tot de steigers bij het dorp achter de loods. Beschermd dacht ik. Maar de wind was niet onder de indruk van zo een grote loods en kwam zuidelijk binnen. Te merken aan het geklots van de golven op de spiegel. In de Box heb ik met een mijn fok weer uit gerold om te zien hoe die klem kon raken. En ja hoor, bij het inrollen bleef die weer vast zitten. Dan maar klussen. Met hulp van Michiel en Bart heb ik het voorzijl eraf gehaald en de hele trommel uit elkaar gehaald.

En meestal als je iets uit elkaar haalt en weer in elkaar zet, hou je nog stukken over. In dit geval was dat ook zo alleen niet vorderlik, want de trommel draaide nu mee. Een sluitstuk was eruit gevallen en bleef gelukkig op dek liggen. Een keer in het water had ik de rest van de race kunnen vergeten. Om middernacht was de trommel weer heel en het voorzeil weer op zijn plaats. Voor de Pizza was het nu al te laat, maar ik ging nog douchen. Op de weg terug zag ik bij het havenkantoor een poes rennen. Maar lette er niet zo op. Tot, toen ik weer aan boord was, ik ineens ander geluid in de kuip en later in de kajuit hoorde. Dat beest is kennelijk achter mij aan gehold en aan boord gesprongen.

Ik heb haar nog uitgelegd, dat dit een SOLO-wedstrijd is en dat ik al een was, en een tweede dus een teveel. - Had niets geholpen, dat beest wilde niet weg. Voor dat ze nog echt kon beginnen een nachtlager ergens aan boord op te slaan heb ik haar toch resoluut naar buiten gezet. Ik vond het wel brut, maar de nacht was al zo kort.

Terug