Dag 1 – Ik zie, ik zie ...

Woensdag 27. September 2006

 

Een vroege start !??

Om zowat 5:30 gaat de wekker. Verdorie wat vroeg. Maar ja als, ik er om 7 op de startlijn wil zijn en nog lekker wil ontbijten, ... . Het is nog donker. Alles is stil. Niets is te horen. Geen gerommel op andere booten, geen golven, geen wind, geen ... GEEN WIND ?? Ik was er meteen wakker. Schuifluik weg, deur open en kijken. Ja in der daad geen wind. Dat wat er waaide was nauwelijks genoeg om wind te noemen. En niet veel zicht. Ik besluit alles klaar te leggen voor vertrek, en ook de boot klaar te maken, en dan nog eens te gaan pitten tot dat er een van mij binnenburen weg wil. Zelf had ik ineens geen ambities meer om vroeg te vertrekken, a) omdat ik weinig geslapen had, en b) omdat de wind pas later op de ochtend zou aanwakkeren. Barometer staat op 1030 dat is hoog!

Na 6uur weerbericht geluisterd, wind ZO3 later ZW4-5 en een hele hoop bouwputten op het IJsselmeer. Jan heeft kennelijk zijn best gedaan om extra spanning in de 200myls te brengen door klein- en grootschalige obstakels in de weg te leggen. (Alleen op boeien afgaan hadden we laatste keer al – nu komen er ook plekken bij waar je beslist niet moet zijn)

6:40, uiteraard wilde die, die het dichtste bij de kant (in de box) lag als eerste eruit. De verhuispartij ging met drie booten aan een stuk tegelijk, de middelste, mijn buurman had dat niet eens in de gaten en sliep er waarschijnlijk dwars doorheen.

7:00 alles is weer op zijn plek en ik had zin om er weer in te duiken. Maar nadat ik de motor uitgezet had zag ik dat de spanning weer begon de schommelen en dat de accu’s dus nog niet geheel opgeladen waren. Dat betekende geen PC tijdens de reis, en ik begon de routes, afstanden en richtingen op de kaart in te tekenen. Ik was zeker ook vandaag niet goed te spreken over die lui die mijn walstroom kabel hebben losgetrokken bij de Huizer Marina. Kwart voor negen: bonken – de buurman wil er vandoor. Ik weer eruit en ook klaar maken voor vertrek, ondanks ik het nut van deze actie niet inzag. De zicht is nog minder geworden. Ik zie niet eens meer de sluis, en die lag zo’n 300m achter mij.

Spinnaker klaarleggen, lijnen en boom in positie brengen, motor starten. Ik laat hem wat warm lopen om wat extra stroom te draaien, en maak om tien over negen de lijnen los. Misschien dat zowat de helft van de 200mylers al uit de haven vertrokken was.

 

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet ...

... of misschien zie ik het zelf ook niet.

9:25, ik ben net de haven uit gekomen, twee gingen weer terug om binnen te wachten. De wind is in opkomen maar nog minder dan 10kts, de zicht is bar slecht en het is heel druk bij de boei. Boei ? ... welke boei, waar is een boei. Ik kijk op de GPS. Die moet vlak voor me liggen. Ik zie een aantal boten onder zeil, op de motor, onder vol tuig met spi, maar ik zie geen boei. Ah daar is ze, een spi schuift vlak langs me heen. Net zo als in een spookfilm. Die is dus gestart. Verderop zie ik er nog een gaan, (maar die zat vast niet binnen 30m van de boei). Ik vaar door, hou stuurboord aan om uit de startbaan weg te blijven en zet de motor op stand-by. Ik drijf langzaam van de boei weg.

    Menno bewaakt de booei

    dat hem niemand per

    vergissing mee neemt !!

 

 

 

 

Op marifoonkanaal 1:

Weerbericht tot 8 uur s’avonds blijft onveranderd: weinig bewolking, zicht 1 tot 4 km, oplopend tot 4 tot 10km. Wind ZW 2-3 later toenemend 4-5, actuele wind Lelystad eind 3 begin 4.

Na, Lelystad is Muiden niet, en de kilometers zijn hier erg kort. Maar ik neem aan, dat de mist vertrekt zodra we uit het start gebied zijn.

 

Een spooky start

Meer boten komen uit de haven, en regelmatig vertrekt er een om naar 50m tot 100m in het niets te verdwijnen. Nu vind ik het zeilen in mist niet zo erg, als ik weet waar ik ben, en weet dat ik niet in de beurt van een scheepsroute zit. Nu is dat juist het punt die me nu nog laat wachten, want voorbij pampus is de route naar het gooimeer en daarna de route Amsterdam-Lelystad. En dat is wat minder.

Ik draai naar zuiden en hijs mijn zeilen. Het is 9:40 ik dobber langzaam terug boven de boei. Ik wil zo dicht mogelijk bij 10:00 van start gaan. In de schemen zie ik Menno met zijn motorboot in de verte (= ca 100m van mij vandaan). Af en toe hoor ik een gil, maar ondanks de drukte lijkt het allemaal goed te gaan.

9:45 Ik zet de motor uit en kruis op naar de haven ingang. Alles ligt klaar. Ik besluit de spi pas na de start te hijsen, om niet met andere starters in conflict te komen. In een hand heb ik het roer, in de andere de bodygaard (de GPS-GSM). Mijn hele attentie is erop gericht de boei weer te vinden, die ik net zag en nu niet meer. Het zou niet goed in het logboek staan als ik de startlijn niet had kunnen vinden. Een nieuwe aanloop is niet meer mogelijk het is vijf voor tien. Ah, daar is ze. Met de zeilen aan stuurboord ga ik op de boei af zonder veel links of rechts te kijken, druk op de knop, biep biep biep biep biep biiiiiiiiiiiiiep – ik ben gestart. 9:57 Veel dichter bij 10 uur zat er niet meer in.

Ik leg het roer vast en zet de spi vanuit de kuip. Whow het werkt. Hij staat meteen zo als het hoort en ik voel hoe de boot vaart maakt. Backboord vooruit is iemand minder snel met het zetten van zijn grote doek. Hij heeft de autopiloot aanstaan en turnt op het voordek. Zijn koers kruist de mijne en ik moet afvallen om van hem weg te blijven. Zijn spi vangt ook wind en hij valt nog meer naar mij toe af. Nu zijn we op zelfde hoogte. Was ik voorheen onder de wind bij hem langs gekomen, maakt hij nu ook vaart en ik moet nog meer op zij. Het scheelde centimeters en ik had zijn spi in mijn salingen. Gelukkig was mijn spi al bij hem voor langs, ving meer wind en ik ging er sneller vandoor.

 

Een aardig begin

Een koele ochtend maar ik had het naar een paar meters al warm gekregen. In de hektik had ik helemaal niet op de richting gelet waar ik naartoe ging. Ik pakte de koers van de GPS weer op en ging richting paard van Marken. Ik had ook weinig tijd om naar anderen te kijken. De startboei was al gauw uit de zicht verdwenen, en ik zag eerst een keer niets. Later, alleen nog twee andere meevarende die achter tussen mij en een grote grijze gordijn voeren.

De mist dempt ook alle geluiden, en het is alles een beetje niet reëel. De zicht verbeterd langzaam, en naar zo’n 20 minuten was ie al tussen de 500m en 800m.

Bij de P2, de tweede vaargeul die we kruisten, was de zicht weer bijna normaal. Een vrachtboot vanuit Lelystad had koers op mij. Ik zag hem pas laat onder het grootzeil en hoorde hem helemaal niet omdat die tegen de wind opkwam. Maar ik hield mijn koers. Onder het motto lukt het of lukt het niet. (over stag gaan met spi op stond niet op mijn lijst van dingen die ik vanochtend zo nodig wilde doen). De vrachtboot ging ca 100m achter mij langs. Phew! Tweede opluchting vanochtend.

Soms trekt die wind wat harder soms wat minder. Hij staat in ieder geval niet constant. Ik maak 4,5kts over grond, de wind is op weg van ZO naar ZW en draait af en toe onverwachts weer terug. Daarom staat mijn spiboom soms aan de verkeerde kant, maar ik voel er weinig voor om hem alle paar minuten heen en weer te wisselen. Dan maar verkeert. Ondanks dat maak ik toch noch iets meer vaart dan de boten om me heen. Tot het paard is er nog ca. een uur te gaan.

Aan backboord is iemand zijn spi kwijtgeraakt, ik zag hoe Menno ernaartoe voer om te helpen de spi weer uit het water te vissen. Wie het was kon ik in het diffuse licht niet herkennen.

De accu spanning houd, het weer word schitterend en de humor zit er weer in. Ik haal zelfs drie boten in ondanks mijn verkeerde zijlvoering. Voor het eerst zie ik ook boten voor mij, waaronder aan de stuurboord kant ook de blauw-witte spi van Bart Schmulders. Achter mij de blau wit gestreepte spi, en op drie uur bij de mistgrens een oude driemaster. Heeft de vormen van de Batavia, maar dat kan toch niet. Ik begrijp nu hoe in het verleden de spook- en zeeman’s- verhalen tot stand zijn gekomen. Je ziet niet wat je ziet, maar wat je denkt te zien – dus ook spoken.

 

Wat zien ik??

Op 9 uur van mij gaat er een tweemaster met een halfwinder mee. Charlie heeft zijn dienst aangetreden en ik heb wat tijd voor een tussendoor ontbijt. Per telefoon nog wat zaken afgehandeld en al in al het gevoel gekregen op een minivakantie te zijn.

Maar dat bleef niet lang zo.

De wind werd sterker en bleef heen en weer zwaaien. Nadat ik uit het roer gelopen was, probeerde ik de spi anders in te richten en stabiel te krijgen. Bij een poging om de luv schoot aan te trekken ging die er vandoor. Er zat zoveel druk op de spi dat ik die niet meer terug kon houden, laat staan binnen halen. De luv-schoot zei daaag en was vertrokken. Aan stuurboord een woest wapperende spi met de schoot wild omheenslaand, keek ik wat langzaam naar reddingsmiddelen om schoot en/of spi weer aan dek te krijgen zonder hem eerst in het water te laten plonsen. Ik rolde de fok uit en trok de spi in de windschaduw van het grotzeil in de kuip, en liet hem langzaam zakken. Met de spi in de kuip, was er ineens weinig ruimte voor andere dingen. Ik legde op nieuw alle lijnen om te hijsen en haalde de spi door de binnenkant van de boot en bij het voorluik weer eruit en naar boven.

He, he, hij stond weer. Met dit spektakel ben ik goed 20min bezig geweest en de achterligers zijn een goed stuk dichter bij gekomen. Bijkomend van de actie neem ik de positie op en kijk om me heen. Alleen ik bleef me verbasen wat ik deze ochtend alles niet zag en nu wat ik alles wel zag. Uit de schemen van de mist (ook was de zicht al beter geworden) doken midden op het water de omtrekken op van een HUIS. Ja, beste mensen een huis. Nee, ik had geen drank in of bij mijn koffie. Eerst dacht ik dat het wegging als ik er niet naar keek. Maar het bleef. Het was echt. Er werd met een tamelijk diep liggend boot een compleet huis over water vervoerd. – gek die romeinen.

 

Nog meer actie

Het Paard van Marken, is en blijft een plaatje. De wind twijfelt nog steeds of die ZZO of ZZW wilde zijn. Ik kan nu het hele traject naar de MN1-GZ2 boei inzien. De boten op weg naar de boei hebben de spi ingetrokken en varen lijkt het aan de wind. Op de andere kant zou het nu kunnen om met spi door e varen. Bart voor mij laat de spi staan. Hij ligt af en toe erg schuin, maar het schijnt te kunnen. Ik trek de luv-schoot iets aan om de boom bij het voorstag weg te houden, en verander koers naar Volendam. Jou dat ging hard. Zolang de wind ZZOostelijk was ging het nog, maar toen die westelijker in kwam, liep ik uit het roer. Voor Charlie was de helling en de kracht te groot, dus ik moet de helmstok bedienen. Het plan om de spi binnen te halen was gevat. Maar hoe??

Met een hand aan het roer, werkt dat niet. Ik probeer de zelfde truk als daarnet, voorzeil uitrollen. Gaat niet. De spiboom drukt zo sterk tegen het voorstag dat die niets van uitrollen wil weten. De boot werd steeds sneller en de helling groter. Terugbrengen op koers heeft geen zin. Ik dwaal af en de boten achter mij lopen in. Ik krijg de pest erin. De schoot laten schieten met kans op het ge-emmer van daarnet vond ik geen leuk idee van mijzelf. Dus nog meer afvallen tot het voorstag vrij was, Charlie aan het werk zetten, voorzeil uitrollen en met de spi val naar voren lopen. .

Ik kreeg alleen de druk niet geheel uit de spi, en af en toe schoot de val door mijn hand. Au dat deed zeer. (uiterraard lagen de handschoenen binnen) Ik had er een heete hand van overgehouden.

Toen de spi weer in het luik was en de lijnen opgeborgen, was ik niet alleen behorlijk van koers af, maar mijn achter volgers ook aan mij voorbijgegaan.

 

NEK and go

Om 12:08, was ik bij de boei van Volendam. Naar de NEK toe (voor mij blijft die zo heten ook als die nu SPORT-E heet en ergens anders ligt) kon de spi er weer uit. En het vacantiegevoel slaat weer toe. (Niet alleen bij mij.

                      

De wind is nu 7kts op de windmeter, met mij 5-5,5 knopen over grond zijn dat 12-13 knopen wind. Morgen zoude op zee ook 13knopen wind staan. Met de stroming gemiddeld plus 1, zijn dat rond de 6 knopen om te rekenen. Dat zijn voor 37 mijl naar Den Helder iets meer dan zes uur. Net genoeg om Den Helder of Oudeschild te halen maar dan zonder marge. Als iets fout gaat hang ik. En voor de wind ben ik absoluut niet snel. Toch geef ik Charlie het roer in de hand en ga naar beneden om nog eens met de hand de tijd- en getij- planning van route1 na te rekenen. Het blijft krap. Beslissing: niet doen. Op route3 mikken.

Nog vijf minuten naar NEK, Charlie valt 20 graden af, de spi gaat achter het grotzijl plakken en ik loop naar voren en haal hem heel soepel binnen. Makkie. Waarom nu wel, en zelfs nog zonder het voorzeil uitgerold te hebben. Terug naar de boei, die eigenlijk nu een gele staaf geworden is, en eromheen. 13:33

De weg van de NEK naar de OVD3 was rustig, maar een tegenstander op zelfde hoogte, een tamelijk achter mij, en voor mij eerst lang niets en in de verte een paar schuin liggende boten. Het was halve wind en de snelheid 5,9knopen was ok. Het is 13:47 en nog ca. anderhalf uur te gaan. Ik geef Charlie weer de honneurs en ga beneden zitten om het laatste weerbericht op internet op te zoeken. Want de beslissing hoe ik na de sluis verder ga, en hoe ver staat nog uit. De voorspellingen voor vanmiddag en voor vanavond zijn niet zo geweldig 8 knopen. Vanaf 11uur ‘snachts zouden het dan 13 worden en dan ook nog ZW. Dat is voor de route naar Den Oever en terug naar Enkhuizen niet zo gek. Het enige is, het wordt dan nacht werk. Als ik in Lelystad blijf en dan om 12:00 vertrek, dan zou ik optimaal van de wind gebruik kunnen maken, en de ene knoop die ik door niet over zee te gaan mis, in die ochtend weer goed kunnen maken. Dat is een plan, dat ga ik doen.

Er zal vast in de Houtribhaven nog een plek voor mij zijn.

Ik ga weer naar boven, neem over van Charlie, en probeer van de kleine witte boot op mijn backboord zijde weg te komen. De snelheid is nog steeds 5,9 over de grond en het weer goed. De blau-witte achter mij is niet dichter bij gekomen, en dat geeft moed. Dus nu ervoor zorgen dat ik meters maak. Door de golven was Charlie goed in beweging gebleven, en dat betekend dat de spanning wat gezakt is. Noch steeds de achterstand van de niet compleet opgeladen accu voor mijn vertrek omdat ze bij de Marina mijn walstroom kabel eruit getrokken en niet weer aangesloten hadden.

17 min voor de OVD3 begint de wind af en toe in te zakken en naar 11 kts terug te vallen. De wind komt dan ook meer van voren, de zeilen staan nu strakker, en de snelheid blijft zo rond de 6 knopen over grond te schommelen. Van de blau-witte ben ik weg gelopen, op de groep voor mij iets ingelopen, maar kon daarvan niemand meer inhalen. De golven zijn ook wat kleiner geworden en het weer is prachtig. Totaal zie ik zo’n zes boten achter mij in de verte, wat ik erg knap vind, gezien het feit dat ik pas drie minuten voor 10 gestart ben en die allen binnen drie minuten na mij gestart moeten zijn. 15:22 ben ik bij de boei, en daarmee zit het voor vandaag erop.

Bart had ik net aan de telefoon, die is van plan om vandaag nog door te gaan naar Enkhuizen en is nu al door de sluis en op weg naar de EZ13.

 

Een rustige plek

Eigenlijk wilde ik door de sluis heen en in een van de havens gaan liggen. De zeilen had ik al opgeborgen en was op weg nar de sluis. Da zag ik aan backbord in de kom vier boten liggen. Ah, dacht ik, dat is ook niet verkeerd, waarom niet meteen hier blijven en ankeren, dan heb ik dit alvast gehad. (Vorig jaar was het uitstellen van de ankerperiode tot probleem geworden.)

De wind neemt verder af en is nog maar 9-10 kts hier binnen in de kom. Nu rusten, en de wekker voor 22:00 zetten en dan weer verder. Dan is er weer wind (wel eens uit het zuiden in begin maar veel meer dan nu). Ik buig af in de kom en zoek een plek in de beurt van de dijk. Voor de Marietta, laat ik de anker zakken. De motor laat ik nog door draaien om de accu’s voor de komende nacht wat op te laden.

In de tussentijd liep ik de waypoints voor morgen na, en zette de een en ander nog in mijn hand GPS, omdat ik ervan uitging, dat ik de laptop niet kon gebruiken, en als, dan op zijn eigen accu, en niet aan het bordnet.

De aansluiting van de GPS haalde ik weer eraf om de Bodyguard aan te sluiten en op te laden. Aan het eten in de koelkast had ik niets. Dat haalde ik er nu uit, en verhuisde het in de backskist (in een plastic zak), met de bedoeling, om bij een volgende gelegenheid weg te gooien. Het feest met het koele bier ging helaas ook niet door (in een warme had ik echt geen zin) en nam het als daad van ontbering in mijn persoonlijk logboek op.

Na het eten, ik had in de tussentij al twee uur stroom gedraaid, zette ik de motor uit en ging slapen.

 

Terug