Donderdag 28. September 2006.
Tien uur s'avonds. Ik haat wekkers. Mijn eerste gedachte gaat naar de wind. Ik kruip naar buiten en heb wat moeite om in het donker met al die vellen lichten in de achtergrond de oriëntatie te vinden.
Twee van de vier medestrijders waren al vertrokken. Is de wind er al? Ik kijk naar de windmeter 8kts Zuid. Na ja, dacht ik, het is tenslotte nog geen 11uur. Ik doe rustig aan, maak alles klaar voor mijn nachtelijk ondernemen en lichte de anker om half twaalf. De barometer was op 1020 gezonken. Er was weinig verkeer en ik ga op de sluis af. Een stond net op groen, maar toen ik eraan kwam waren beiden op rood, en ook geen aanwijzing dat er binnenkort een zoude draaien. Ik pak de marifoon en roep de sluiswachter op. Uit de bakboordsluis zou een grote boot komen, en dan mag ik erin. OK, ik draai een wachtronde naar de andere, maar niets beweegt. Pas na een half uur springt het licht op groen en de backboord sluis opent. Geen boot, maar ik kon erin. Om half een kwam ik uit de sluis en was in het donker op weg naar de startpositie. De nacht was helder, er stond iets meer wind aan de noordkant van de sluis en exact boven mij keek de Cassiopeia op me neer. Een fantastisch gevoel met een Cassiopeia boven mij en een Cassiopeia onder mij. En het is ook fantastisch om te zien hoe de PC snachts werkt – als ie werkt, cq. als je hem kan gebruiken. En dat deed ik nu om naar de startboei te varen.
Naar boven toe is de zicht klaar, naar de horizon toe lijkt het weer heiig te worden. Dat is wat minder. Omdat ik voor de boei de PC ook weer uit moest zetten, was ik op kaart en zaklantaren aangewezen om mijn weg te vinden. Dat betekend het wordt een nacht van ambachtelijk zeilen. Zo’n 10 minuten voor de boei, gaat de motor uit, en met halve wind verder naar de startboei. Na de biiiiiiiep sla ik de weg naar noorden in. De wind staat pal zuid, dus ik ga vlinderen. Om ‘snachts te spi te zetten voelde ik niets, zeker ook omdat ik wist dat die sterker zou worden en ik na de ondiepte de koers zou veranderen met kans op de zelfden problemen als bij de weg naar Volendam. Dus geen spi maar vlindern. Ondanks de golven bleven de zeilen mooi staan. De weerbericht tot 14:00 vertelt van wind zuid 3-4 mogelijk ruimend tot ZW 4-5, en de gewoonlijke waarschuwingen voor overstekende bouwputten. Een van de obstakels kon ik aan stuurboord ruim van mij vandaan zien bij de EZ9. De anderen zou ik later nog tegen komen. De wind is nu 7kts op de meter plus 4 van de vaart, zijn 11kts. Omvormer en alle anderen stroom verbruikers heb ik uit gezet. Alleen nog toplicht en navigatie instrumenten en marifoon staan aan. 1:37 ga ik op 30m langszij de SPORT-D. De wind neemt met een a twee knopen toe.
Het plan gaat op, sinds ik bij de ondiepte voorbij ben en de koers bijgesteld heb, de wind komt nu half binnen, maak ik tussen de 6 en 6,8 kts over grond, bij 13 knopen wind. De snelheid zit er goed in en af en toe maakt de boot een sprong vooruit. In de blijheid van vooruitgang had ik niet in de gaten dat ik al een hele tijd achter de verkeerde boei aan zat. Achter de KG ipv de EZB. Missertje hersteld maar de S-slinger in de weg zit er wel in en dat betekend ondanks de snelheid van nu 7-7,4 knopen toch weer een overbodige extra weg ca 1 mijl. Weer terug in de geul laat ik Charlie weer een tijd aan het roer, om in ieder geval in te geul te blijven. Hij heeft zijn moeite om bij de hoge golven op koers te blijven. Het is nu kwart over drie, en heb nog ca. drie uur te gaan tot Den Oever, dus zou ik dan daar iets over 6 daar aankomen en met drie uur weer terug naar Enkhuizen daar rond 9uur zijn. Dat zou goed nieuws zijn. twintig voor vier ben ik bij de EZA, ik ben nu naast het eiland, en neem van Charlie over en probeer precies in de lichterlijn te blijven. Ca 6 mijl voor de aanloop lichter van Den Oever.
De spanning is teruggelopen naar 8volt. Charlie komt voorlopig niet meer aan de beurt. Dat beetje spanning dat nog over is moet ik bewaren voor als ik hem echt nodig heb. Wat de koers betreft is de spanning wel gestegen, want de lichterparade bij de KR-A was/is spektakulair. Eerst dacht ik al de aanloop van Den Oever te zien, maar dat kon volgens de kaart nog niet. Dus ik was eerst nog aan het raadselen wat het dan wel was, tot ik er dichter bij kwam. Het was een wegversmalling en de enige doorgang / doorvaart door de bouwput die tussen Medemblick en Hindelopen lag. Het leek wel de verlichting van de landingsbaan voor een vliegtuig, maar dan in rood groen.
Om 5:33 ben ik bij de WP5. Meteen omdraaien en weer terug. Verrassing kwam door de windrichting. Het eerst traject was net bezeild, hetgeen betekend dat als ik in de vaargeul blijf, ik na de knik moet gaan kruizen om weer bij de wegversmalling uit te komen. Ik besluit voor de hoogte te gaan, maar dan uit de verlichte geul te gaan en de bocht af te snijden. Een oncomfortabele gedachte in het donker, maar er kon eigenlijk niet veel gebeuren als ik maar goed oplet om niet een van de onverlichte staken mee te nemen. In de beurt van het begin van de aanloop naar Den Oever een rode en een groene licht, ben ik weer in de beurt van de vaargeul. Den wind is nu 18kts en Cassi springt als een dolfijn door het water. De wegversmalling is bezeild.
Tegen 7:08 begint het daglicht aan het doorbreken, en kom ik ook de eerste medesolist op het water tegen. Hij is op weg naar noorden. De golven worden wilder en de wind neemt nog meer toe, hij is nu 19 knopen, en de KG is net niet bezeilt. Dus, dat word een extra slag. De snelheid door het water is nu 6,1 dus moet het goed gaan (dat zijn bij mijn teller zon 7-7,4 over grond) en dat tegen de wind in.
Om 8:00 komen de eersten vanuit Enkhuizen. En voor mij ontdek ik nog iemand die het zelfde doel heeft, namelijk de KG2 te bereiken. Ondanks die in handbereik ligt, zal ik denk ik toch nog een uur nodig hebben om ze te halen.
8:33 KG. Toch nog iets eerder dan verwacht. De ochtend
spits was er net geweest. Een aantal boten, die Enkhuizen als nachtrust gekozen
hadden, zijn al op pad gegaan en kruisen mijn koers waaronder ook Herman met
zijn NAN. Na een kleine extra slag omdat ik de hoogte niet gehaald had, sluit ik
nu als bijna laatste in die stoet aan. Twee kwamen nog de haven uit toen ik bij
de boei vertrok.
Dat betekend dat ik de achterstand in mijlen van gisteren
heb weggewerkt. Verrassing van het uur: de windmeter doet het niet. Het wiel
draait boven in de top, maar het display is dood. Dus zeil ik zonder
wind(informatie) verder. Achter mij en gigantisch onweer, en voor mij strakke
blauwe lucht. In de overgang is het een beetje miezerig. Blijft spannend wie van
die twee gaat winnen. Wind blijft uit ZW komen snelheid over grond tussen de 5
en 5,4 knopen. Dus ben ik ca. om half twaalf in Breezanddijk bij de SPORT-B.
Bart is van plan om naar Medemblick door te gaan. Maar goed, die is zowat een half uur voor mij gestart, en gaat met zijn spi natuurlijk wat harder. Bij dag zien de bouwputten best indrukwekkend eruit. Helaas liggen ze in de weg en ik moet onvrijwillig van koers veranderen. Hooger aan de wind om dan weer onder een ongunstigere hoek verder te gaan. De aanloop naar Breezanddijk is zo als bekend. De dijk is al lang te zien, maar komt en komt niet dichter bij.
11:33 is het zo ver, SPORT-B, de afdaling kan beginnen. De VF-A is (net)bezeilt dus het word hard aan de wind zeilen. Cassi ligt over backboord en loopt niet prettig. 5 knopen en het lijkt geen stap vooruit. Misschien was ik aan de wat hogere snelheiden van vannacht gewent geraakt.

Het is 15:00. Het barometer is naar 1016 gevallen, de wind neemt verder af, en ik maak nog 4,5 over grond. Ben net bij LC11 geweest en door toeval goed bij het vrouwenzand voorbij gekomen (daar had ik helemaal niet meer op gelet.) Even wat gegeten, en ik ga door. Als ik er enigszins op tijd ben ga ik ook door naar Medemblick. Op weg naar Urk werd ik nog door drie andere 200mylers en een vissersboot ingehaald. Ik begin weer aan de zeilen te frutselen, maar het helpt niet. Het blijft knudde. Over backboord wil die niet lopen.



17:00 UK14, zuidelijke keerpunt. De wind is verder terug gelopen, Ik bel Bart, die is ca. een uur geleden hier door gekomen en al op weg naar de WP6. De wind bij hem is nog 13 knopen. Dus ik ga door. De drie zeilers die mij al eerder hebben ingehaald zijn nog maar op de horizon te zien. Eigenlijk had ik beter kunnen blijven, maar ik ga voor mijn langste dag. Als ik die af heb dan heb ik in een dag 111 mijlen gevaren. Een record voor mij wat de 200myls betreft. De oude stond op 82 mijl.
Regen en onweer is op komst. Dat belooft niet veel goeds, vooral omdat de wind
steeds verder wegzakt. De verwachte aankomsttijd rond acht uur is nog net te
halen. Eigenlijk wilde ik er om half acht zijn, want dan is het nog net licht en
ik hoef de verlichting niet aan te zetten. De kans is groot dat er te weinig
spanning op de accu zit om nog veel licht te kunnen geven. Maar nog staat de
wind. Zo’n anderhalf uur later niet meer. In de buurt van Enkhuizen was het met
de rappe vaart voorbij, en de vooruitgang kon als versnelt drijven worden
omschreven. Weinig soeps. Ik was aan het balen, en de lange afstand was ook de
boot aan te merken. Het voelde meer als een drijvende ton.
Langzaam begint het donker te worden. Het plan om om 20:00
er te zijn heb ik al opgegeven. Het is zeven en ik ben niet eens nog bij het
eiland. Ik check nog eens de koers op de kaart, ja de boei is in een lijn vanuit
Urk te bezeilen. Ik kom in de buurt van het eiland. Het licht loopt langzaam
maar vastberaden terug. Het moet nu zo half acht zijn en ik ben net aan het
eiland begonnen. Ik hou de koers lijn. De spanning is al lang beneden de acht
volt gezakt. Charlie durf ik allang niet meer te gebruiken. Ik kijk op de GPS,
kdonk, kdonk, ik kijk naar voren, zie niets, ik kijk naar achter en zie een gele
boei onder de boot weer omhoog komen. SHIIIIIET ik ben er dwars over heen
gevaren. Niet snel, maar toch. Ik nog eens op de kaart kijken zolang er nog wat
licht is, maar kon niets ontdekken. Door de boei wist ik wel waar ik was. En
moest een behoorlijke slag naar backboord maken om de volgende gele ton niet
alleen uit te wijken maar om ook aan de goede kant ervan langs te gaan. Ik heb
het met obstakels in het water in deze beurt.

Het werd donker. En ik heb tot nu toe het aanzetten van het toplicht uitgesteld. Liever nog wachten. Maar nu was het pikker donker. Ik klim naar binnen en probeer het toplicht aan te zetten. In plaats van licht kwam er alleen een lange piiiiep ergens uit een apparaat. Power alarm. Dus geen licht. Ik ga op de bouwput af. Daar zie ik een rood licht en ik hoop dat het de WP6 is. Ik vind het geen prettig idee om zonder licht de bouwput tegemoet te gaan. En wil de motor aan zetten om stroom te draaien. iia iia iiia iiiiiiia. niets! Ik kan niet starten. De lampjes aan de motor zeggen power alarm. Ik sprint naar binnen. Nee, de meter voor de motor accu staat vol op over 12 volt. En motor- en algemene accu zijn gescheiden. Daaraan kan het niet liggen. Ik weer naar boven. Nog eens proberen – niets, en weer het accu lampje dat brand. Zou de brandstof op zijn? Dat metertje doet het niet, maar ik had een paar weken geleden nog getankt, en in de tussentijd niet veel verbruikt. Maar ja, ik heb naar Muiden twee uur gemotord en ik heb in Lelystad twee uur gedraaid, een uur door de sluis heen naar de startplek, dat zijn hooguit 5 liter die ik daar kan hebben verbruikt. Ongelovig probeer ik het nog eens – niets. Het is al lang acht voorbij. Ik bel Bart, die moet er al lang bij de boei geweest zijn, temaal die dan nog meer wind had. Ja hoor, hij was al in Medemblick of daar net aangekomen. Ik vroeg hem of hij me wilde binnen halen. Want vanaf de boei kon ik zelf naar Medemblick zeilen maar niet de haven in. En ik had beslist een walstroomaansluiting nodig. De Marina leek een goede plek, want daar is zeker iemand te vinden, die morgen naar mijn motor kon kijken. Heel veel balen.
Af en toe scheen ik met mijn zaklantaren in de ronde, maar zag niemand. En ik had nog een ander probleem. Ik zag wel een rood licht maar dat was niet daar waar de GPS de boei liet zien. Misschien was dat een licht van de bouwput. Daar waren zoveel lichter, maar een rode? Dus dat rode licht moest toch een boei zijn. Ik keek op de kaart binnen. Ja dat zou de WP6 kunnen zijn. Ik keek op en oude kaart, dat was ca. de plek vaar vorig jaar de WP8 stond. Ik liet GPS GPS zijn en ging op het rode licht af. De snelheid was nu wel voor goed met drijven te omschrijven. Ik had geen idee hoe laat het was. Mijn grol tegen de kerel die mijn walstroomkabel bij de Huizer Marina had losgetrokken groeide gestaagd.
EEINDELIJK de boei met het rode licht. Hoe heet die? Wat is het voor een? in slakkentempo bruis ik erop af. Het is ? het is ? het is de WP-6 ja, die moet ik hebben. Ik snel de bodyguard gepakt en gepieep pieep pieeeeeeept. Zo nu terug naar het dorp. Waar is Medemblick. De lichterketen was duidelijk te zien. De weg terug word nu ook een drama.
Normaal had ik nu op de motor gegaan. Maar nu moet ik terug KRUIZEN !! Er is al geen wind. Ik maak hete 2,5 knopen, en kan allen kiezen tussen zuid of west. Want dat beetje wind komt daar vandaan waar ik naartoe wil. Ik probeer het wakker. Eerst een stuk naar de kust toe, maar ik weet daar staan overdag windmolens in het water, en de kans is groot dat die er snachts ook staan. Afstanden kan ik niet herkennen, dus ik draai al heel gauw naar zuiden. Naar een half uur naar zuiden te dobberen geef ik het op. Ik bel Bart om me op te halen. Naar twintig dertig minuten zie ik een boot uit de haven komen, afstand zo’n tweeenhalf – drie mijl.
Via zaklantaren en zoekschijnwerper geven we elkaar te kennen waar we zijn. Ik maak de boot klaar voor de landing, Leg een sleeptros klaar, en strijk de zeilen. De rest was weer wachten. Het leek net een geheime smokkeloperatie uit een James Bond film. In de tussentijd drijf ik door de wind terug op het eiland af, hopend dat Bart eerder bij mij dan ik bij het eiland zou zijn. – zonder zeilen dreef ik tamelijk hoop- en stuur-loos.
In al de actie had ik niet eens opgeschreven wanneer ik bij de boei was. Maar gelukkig deed de biiieper het. De rest was een uittreksel uit de film “Zombie op zeiltocht”. Licht met Bart nadert licht van Peter geeft positie. Een zwarte lijn (speciaal gekozen voor nachtelijke evenementen) gaat van boord naar boord en de sleeperij kan beginnen. Vol verrukking luisterde ik naar het getukker van Bart zijn motor. Zo iets heb ik ook, alleen doet die het niet. Het zou mij niets verbasen als het al tegen middernacht is. Ik ben al meer dan 24 uur onderweg. Op de weg terug naar Medemblick in constante troslengte afstand tot de (James) BONDI II was ik er een paar keer ingedompeld. Dicht bij de haven ging ik weer staan om het meest interessante van de avond niet te verslapen.
Bart had een keurige plek geregeld en mij precies daarvoor afgezet. Met de rest van vaart die ik nog had schoof ik zo een brede box in en kon de boot daar vast maken. Voor het eerst sinds een week hing Cassi weer aan walstroom. Ik had weinig puf meer, ging nog douchen en bewaarde ieder onderzoek van de motor voor morgen. Bart wilde om 8 vertrekken, en ik wist dat mij voor negen toch niemand zou helpen.
Dankbaar over de nachtelijke sleeppartij, maar doodmoe dook ik mijn kajuit in. De stand in de wedstrijd kon mij nu effe niets meer schelen. Het log voor die dag stond op 117,3 mijlen (waarvan 111 in de wedstrijd) !!!