Dag 1 – Vroeger dan de wind ...
Woensdag 23. September 2009.
5:30, wekker: Opstaan!! 30 minuten tijd om in de startblokken te komen. De wind: = 0 !!!! De 200myls wimpel in het achterstag hangt moedeloos naar beneden. Zal de overbuurman nog steeds popelen om vroeg bij de start te zijn?
Ik heb er zin in. Alleen de wind. – Je heb hem toch nodig om te zeilen. De wijzer van de barometer staat ook nog stoer op de zelfde plek als gisteren avond. Geen beweging. Dus neem ik het met de vroege start niet zo nauw, want als de wind pas nog moet opbouwen, dan zal die in begin toch niet zo hard gaan. Dan is een iets latere start misschien een voordeel. Route 1 deed ik toch niet, ondanks dat deze keer best had gekund, dus is er geen tijdsbeperkende factoor die een vroege aankomst in Lelystad en dus een vroege start afdwingt.
Tijd voor ontbijt met lekkere koffie van de buurvrouw. De overbuurman neemt zich ook tijd, hij vertrekt om 06:05 en komt ook zo langs zonder dat we hoeven te vertrekken. Na het ontbijt breng ik mijn spullen in gereedheid en kijk in het logboek. “mensen, kan het nog kleiner”, niet alleen de tekst van de convocatie is nauwelijks te lezen, ook de ruimte om iets op te schrijven is piep klein geworden.
Nu ik toch al met een lijst begonnen was met “Volgende keer beter” zet ik er dit ook op, maar niet voor mij. De boten die meedoen worden groter, de letters in het logboek kleiner. Mocht ik het vergeten te vertellen, graag volgende keer de letters van het logboek iets groter, graag.
6:20, een vissersboot gaat voorbij en brengt beweging in de rustende gemeente. Ik denk de collectieve inzicht dat je wind nodig heb om te zeilen, laat nog iedereen in zijn slaapstand. Bij het doorbladeren van het loogboek ontdek ik nog iets raars: Er staat geen telefoon nummer in van de wedstrijdleiding.
7:10, De ochtendspits is in volle gang. Boot naar boot schuift naar buiten om het zuchtje wind te trotseren die net de extreme grenswaarde van windkracht 1 heeft overschreden. En toen de windsnelheid een opwaartse trend vertoonde gingen wij ook.
Off, we go.
De Spi als Halfwinder gereed maken, hijzen en naar de startboei vertrekken. Klikken niet vergeten, en ja hoor het werkt. Een lange piep uit de box van de x-track verteld dat ik gestart ben. 07:30
Charly moet nog wennen, nog net gestart en al van de rol gesprongen. Is op zich niets voor hem.
7:50, werd door de Alabama ingehaald.
8:00, GSM is leeg. (nu heb ik nog een tweede, maar daar ging het niet om) Ik maakte me zorgen om de boordspanning, die nu 12,8V was.
9:05, barometer: 1037 (+2). Er is iets meer wind maar nog niet veel.
9:12, SMS van wedstrijdleiding met hun TEL-NR. 0650205286.
De zon komt door en het werd warm. De wind is pleitos, gone, verschwunden, weg. Het nog iets inlopen op de vorderen booten kan ik vergeten.
En omdat er toch genoeg tijd over is, nog een paar fotoshots van de omgeving. o.a. ook een fotoexchange met de Nimby.
9:26, ingehaald door Hans Colenbrander. Die heeft gisteren vast een pak wind meegenomen van de prolog en is die nu aan het op maken.
9:32, de wind is ZW en komt iets op. Tot nu toe was de reis weinig spectaculair. Maar daar komt verandering in.
Wind ZW, naar het paard toe, is spinnaker koers. Na het paard naar Volendam is een andere koek. De route van het paard naar de NM1-GZ2 is NW, bij een wind van ZW is een halfwinder op zijn plaats. De wind heeft verder aan getrokken en ik had geen zin om nu op het voordek te gaan dancen. Ik dacht ik riskier het, en laat de Spi staan. Dat gaat in begin goed. Ik hou tempo, win een paar meter, hou tempo en de boei van Voldendam komt dichter bij.
Dichter bij ja, maar werd steeds minder bezeild. De wind draait naar West. Nu was er geen houden aan. Afvallen en van koers afwijken, en mijn positie op te geven wilde ik niet. De Spi rustig achter het voorzeil, dat ik nu uitgerold had, te brengen lukte niet. Ik was nog te hoog aan de wind. Nog een poging iets meer afvallen en de Spi stil leggen. Noppes, als een bokkig klein kind dat niet naar binnen wil trekt die zich weer los en schort aan de boot. Als je niet vrijwillig wil dan met geweld.
Ik gooi de loefschoot los en probeer hem zo achter het grootzeil te krijgen. Nee hoor, nog woester pakt die wind en wil wimpel spelen. Nee, dacht ik dat doen we niet nog een keer. Dan maar nat. Ik maak de val los, laat hem in het water zakken. En trek hem aan de lei schoot weer eruit. Kletsnat als die was gooi ik hem vanuit de kuip direct naar binnen. Met de kuip vrij, neem ik aan de wind de koers naar de boei weer op. De verloren ruimte viel mee, maar tijd heeft het natuurlijk wel gekost.
Ronald Kiel heeft dit spektakel vastgehouden en in zijn verslg opgenomen.
10:23,NM1-GZ2, wind: W 10kts. En nu naar Hoorn aan ruime wind. De wind bleef west en werd sterker. Eigenlijk een mogelijkheid om de Spi weer te zetten, maar ik was nog steeds boos op hem, en er bestond natuurlijk en kans dat de wind verder door draait en dan krijgen we meer van het zelfde. Nee, de Spi bleef binnen. Zo.
11:02, de wind ging in der daad door naar WNW en waait nu met 11-14 kts. Dat is goed news voor deze koers, maar minder voor de volgende. Om 11:40 ben ik bij de SPORT-E. Een gecontroleerde gijp en ik ben op weg naar Lelystad. Nu komt de wind echt uit een lastige hoek. Spi, was geen discussie. Ik nog boos, hij nog nat en de wind onbetrouwbaar als maar kan. Ik emmer met het voor zeil zo goed het kan en probeer de wind in het voorzeil te houden zonder te veel hoogte te winnen.
Bij wijs van uitzondering had ik die nu niet nodig. Na zo wat een uur zag ik me toch steeds verder van koers afkomen, dus val ik af haal het voorzeil naar stuurboord en vlinder een poos met de wind mee.
De golven nemen me mee, en in z’n geheel zijn zo’n 5 knopen door het water ook niet zo verkeerd. Toen ik de andere kant van de corridor bereikt had, ging ik weer op de boei af. Lichte wolken, veel zon, golven en wind in de rug. Er kunnen ergere dingen gebeuren. Voor de boei worden we opgewacht van een maritieme Fotograaf, die vanuit zijn rubberboot uit foto’s van alle deelnemers ging maken. Een leuk idee, en zeker omdat je niet zo vaak foto’s van jezelf gaat maken tijdens het varen.
Lelystad, oh Lelystad
(theaterstuk in drie delen, de titels zijn onderlijnd)
13:40, OVD3. makkelijk te herkennen: het is een groene boei met veel vrachtverkeer daarvoor. Dat levert vaak leuke spelletjes op, zoals welk van die vrachtboten is tegelijk met jou bei de boei, en wie stopt eerder. (het latstere is minder spannend want het resultaat lijk voorgeprogrammeerd – de grotere gaat door)
In het gat tussen twee vrachtboten kan ik meteen na aankomst bij de OVD3 oversteken. Ik ga nog een stuk door en neem dan nog onder zeil koers naar de sluisingang. Er stonden aardige golven. Ik vaar de kom binnen en laat daar de zeilen zakken. Daarna meteen naar de sluis, want daar liggen al boten te wachten om geschut te worden, en daar wil ik erbij zijn.
De sluisdeuren gaan open en de eerste boten gaan erop af. Ik, volgas om daar nog mee te kunnen. Dan kom je er pas achter hoe groot de afstand van de kom naar de sluis nog is. Ik ben op de hoogte van de wacht steiger, de laatste boot is binnen, en ja hoor het licht springt op rood. Ik mag er niet meer in. Ik had er de pest in. Dat is al de tweede keer dat mij dat gebeurd. Net voor ik aan kom gaat die op rood. Dus nog een ronde wachten en dobberen. Het was een soort dejavu voor de sluis.
Je blijft daar niet makkelijk stil liggen bij die windrichting. Vooruit, achteruit, dan draait de boot door de wind, weer voor uit achteruit, dan gaat een sluis deur open en de vrachtboten vallen eruit, weer uitwijken, tot eindelijk de deur open blijft en we tot aan de brug mogen invaren. Want die draaide nog niet.
Debakel in de sluis of “het einde van een joon”. Zoals geadviseerd bij iedere zich zelf respecterende zeilschool, zeevaartschool of vaarbewijs cursus: “bij meer wind pak je hoger wal en niet lager wal, anders kom je niet weg”. Dus wat doet deze welopgeleide mijneer: hij gaat op de hoge wal af, en dat hoort op zich geen probleem te zijn. Achterlijn om de bolder, met het losse einde naar midscheeps en daar met de haak de boot aan de kade vast houden. Heeft deze zelfde mijneer al tig keren zo gedaan en dat werkte prima.
Net op moment waar ik met het losse einde van de landvast die al om de bolder hing naar voren ging kwam een windvlaag en het achterwerk kreeg de neiging naar het midden van de sluis te breken. Dat moeten we niet hebben en ik geef een ruk aan de landvast. Die trekt de boot weer netjes naar de sluiswand en tegelijk de joon naar de veliciteinen, die ik voor deze reis geleend had, om te laten zien dat ik alles bij elkaar heb. Die hing nu reusachtig in de weg en in plaats van recht op stond die nu in een hoek van 90graden naar achter te wijzen. Moi moi moi was ik kwaad op alles en iedereen. Waarvoor moet ik dat stomme ding meeslepen. ‘Tuurlijk mijn fout, ik had de joon voor de start meteen weer eraf moeten halen, maar ja vergeten.
Als je niet gewend bent met zo een ding te varen dan moet je dat ook niet doen. En ook staat het tien keer op een veiligheidslijst. Want zo creëer je allen meer onveiligheid door andere en jezelf in gevaar te brengen.
Ik besloot niet eens meer met mezelf te praten. Hoe leg ik dat thuis uit? stom, stom, stom. Eerst de sluiswachter, dan de joon wat nog meer.
De rest van de sluispassage was helemaal niet spectaculair. De handvol boten die er doorheen kwamen, gingen meteen op pad naar de EZ13. Ik ook. Nu ik toch op de motor ging, had ik tijd om te bellen. Eerst Vincent voor de laatste weer en wind update. De situatie was wat complex omdat ik wilde weten hoelang die vannacht bleef staan en uit welke richting in Lelystad, Enkhuizen en Den Oever. Dus dat was wat zoek werkt.
Ik had Charly richting Houtrib gestuurd, maar tijdens het bellen niet in de gaten dat die stiekem langzaam naar het midden van de invaart afstuurde. Gelukkik zag ik door het voorzeil de donkere schaduw. Ik nam nauwelijks tijd om te kijken wat het was, makten de stuurautomaat los en trok de boot naar de stuurboord kant en de kust toe.
En dat was ook goed ook, want de schaduw was een lege binnenvaarder die met volle speed naar de sluis af ging. En als ze leeg zijn, zijn ze niet alleen groot maar ook hoog. Dat was mij geluk, anders had ik een middelscheiding gehad. Hij van mij ook maar die had die zo weer weg gespoeld.
Dat was een Near mis na de sluis. Ook was die nog 100 á 200 meter vandaan, als ze op speed zijn en je loopt in de weg, dan is dat geen afstand waar je lang over nadenkt. Nu was dat nog geen gevaar voor aanvaring, maar ik had dit binnenschip vreselijk over het hoofd gezien. Gelukkig was ik nog op de motor en kon snel, ruim uitwijken (– zullen ze straks het mobiel telefoneren ook bij het zeilen verbieden ???)
Hoe lang is de dag
De afgelopen perikelen hadden mijn sluispassage zeker niet tot een rustperiode gemaakt ondanks dat dit in de convocatie gesuggereerd werd. De zeilen staan klaar, ik ben voor de boei, neem aanloop, en ga op de boei af. Ik druk en druk op de rode knop maar er komt geen geluid. Heeft die hem nu gepakt of niet. Ik kan het niet zien. terug ga ik daar voor niet. Ik schrijf de tijd wel op.
15:37, EZ13, start en voortzetting van de wedstrijd.
Speelt de wind me tot aan Den Oever? En is die bezeild, en ben ik vroeg genoeg om dan nog door te gaan? Allemaal vragen die ik even op zij legde. Daar komt alweer een vrachtboot op me af. Dit keer besluit ik voor hem over te steken en niet uit te wijken. Er was nog ruimte zat tussen ons. Dat heeft wel wat hoogte gekost maar die kan ik weer inhalen. Dat was goed te weten, want na de EZ-D moet ik nog hoger aan de wind om naar Den Oever te komen.
15:59, SPORT-C, die was niet gevraagd, maar lag zo maar op de weg. Samen met mij is de Southerly op het zelfde traject begonnen
16:35, EZ-D. die moest ik hebben. Nu naar de WV12, en die is niet bezeild. Ik kies voor minder snelheid maar daarvoor een hoger pad. Trouwens de snelheid viel wel me, ook de boten die lager gingen waren niet sneller.
Het eerste traject was krap bezeild dit tweede net niet, het scheelt ca 10-15 graden. Dat kan op de bijna 20 mijlen lange rit naar den Oever heel veel zijn. Zonder veel snelheid te verliezen kan ik een kompaskoers van 330 houden. De theoretische koers was 315. maar het geluk is met de …. slimme, naar 3-4 mijl krimpt de wind iets en ik kan de Den Oever-graden aanhouden 310-320 (zit wel nog een flink stuk naast de directe koerslijn, maar de schade lijkt zich te beperken). Om 18:15 ga ik zo halverwege tussen de EZ-A en de SB-A door.
18:38, ik ben in de buurt van de zuidelijkste LC boeien, LC11. Bijna iedereen, behalve de Southerly, die net zo als ik het hooge pad heeft gekozen, gaat nu over stag of is al eerder over stag gegaan. Zonder, dacht ik, misschien is het helemaal niet nodig. Ik ga door.
Foto genomen door Henk vd Heuvel op zijn VITALIS.
CASSIOPEIA gaat hoog en snel. Nog een derde te gaan en de wind krimpt nog een stuk. Nu kan ik 280/290 aanhouden en de afwijking van de koerslijn inlopen. Met geluk haal ik Den Oever zonder een keer over stag te moeten.Het begint net een beetje te regenen, niet genoeg dat je nat word, maar genoeg om je klam te voelen. Mij valt op dat ik hoger loop dan de boten naast me. Het was niet duidelijk of het nu door de regenwolken of het avondlicht kwam, maar het werd steeds donkerder. Nog een dejavu, zo ca 3 mijl voor de WV12 begint de wind in te zakken, de power alarm piept al een tijdje en ik ben benieuwd hoe lang die (en het toplicht) volhout.
Achter mij zo 4-5 boten, die alle over stag zijn aangeschoven. Ze kwamen niet dichter bij. Voor mij was niemand. Alleen met wat kuipverlichting en met behulp van de kaart kon ik de juiste boei uitmaken. Het was al donker. Om het volgende traject naar WP6 in te gaan zou niet veilig geweest zijn. De power alarm is sinds ruim een uur bezig en het is erg donker, met een zwak maanlicht tussen de wolken door. Ik mag nu zelf voor stuurautomaat spelen, Charly ging rusten. Bij power alarm fase twee, doet de stuurautomaat het niet meer.
Doorgaan was geen keuze, ankeren in de beurt van de boei ook niet, was ideaal geweest om ochtends met de eerste wind weer verder te kunnen, afgezien van het feit dat je de anker periode meteen achter de rug heb. (een zorg minder) Maar ik moest mijn accu opladen. (hoe zeer ik moest, wist ik nog niet want dat die straks ook bij lopende motor niet bijlaad kon ik nog niet weten)
Dus de haven in
De boeien zijn niet van ver te zien. Die bij de oude Zeug wel, maar de WP12 niet. Daar moet je al wat dichter bij zijn. De wind dreigt in der daad te willen gaan liggen naar mate ik dichter bij de boei kwam. Het enige wat mij vrolijker stemde was dat die, die achter mij lagen, dan nog meer ellende hadden. (gemeen, he)
Windshift, aanwakkeren, afflauwen, weer een duwtje in de rug. Meer dan 3 knopen loop ik niet meer. Het water word vlak, en dreigt een spiegel te worden. Ik kan de boei al bijna met de hand pakken, maar het duurt nog. Nachts is het inschatten van afstanden naar lichten toe ontzettend moeilijk. Af en toe kijk ik om of er een van de achtervolgers dichter bij kwam. Maar dat was niet zo. Hun boten kon ik allang niet meer zien, alleen nog hun toplichten.
21:03, WV12, ik ben er. Het water is bijna blank. De ton schuift langzaam en dreigend aan de boot voorbij. Als je zo dicht bij komt zijn ze best groot, en in een donkere nacht ook nog spooky, ook hebben ze tien keer een fel licht boven op.
Ik start de motor om bij te laden, en alles weer op operationele sterkte te brengen, maar de power-alarm ging niet weg. Hij bleef zielig doorpiepen. Toen zag ik dat het voltmeter ook niet bewoog. Shoot - hij laad niet bij. Daarmee is de volgende stap zeker een feit: ik moet de haven in. Knudde is alleen dat ik ondanks de motor de stuurautomaat niet kan gebruiken, en vastzetten kan ik hem ook niet.
Wat is het nog een lange weg van de WP12 naar de haven (bijna 3 mijl), en wat ziet het er s nachts anders uit. Voor de haven een reuze kom of baai aan die ik me helemaal niet meer kon herinneren. In het midden van de baai een rood en groen licht. Dat zijn de sluislichten. Die moet ik hebben en dan meteen backboord uit het haventje in.
Ondanks veel optisch bedrog toch de haven gevonden. Nog plek aan de meldsteiger, daar plons ik meteen neer. Daar is een elektra-paal in de beurt. En nog een verrassing: elektra was beschikbaar, SEP stond op het kastje. Nee niet van SEPtember maar van SEPT-Key. Leuk, alles donker en je kan nergens munten in gooien.
Tip van de dag, bij het havenkantoor is een automaat. Voor €6,- krijg je €3,- tegoed en een plastic kaartje dat je je eigen mag noemen. Daarmee betaal je stroom, water en douche. Terug naar de boot en kijken of het echt werkte. Ha ik had weer stroom. Tegen die tijd waren er ook nog andere boten binnen gekomen zoals de HoutNsteen met Cees Vos. Trots kon ik nu vertellen hoe met het kaartje zat. (handel met voorkennis)
24:20 Bar closed.
Heerlijk voldaan duik ik onder de dekens en probeer de hoogtepunten nog eens op een rijtje te zetten die begonnen met de ruzie met het zakdoek voor de boei van Volendam, de natte Spi dan uit het water gevisst, bijna bonje met een vrachtschip, een verbogen joon, over een boeg van Lelystad naar Den Oever, een stukke dynamo die niet oplaad, en een dejavu van wind weg voor de boei.
Met andere woorden, een heel gewone dag “een” van de 200myls.