Dag 4 – Ten eerste komt het anders, ten tweede als je denkt.
Zaterdag 26. September 2009.
03:00 waarom weet ik niet maar ik ben ineens wakker. Geen geluid, niet eens van golfjes. Ik kijk naar buiten en zie dat het landschap veranderd is. Ik lig met de ko.. met de achterkant in de vaargeul. He? De wind, zo zacht ook, is 180 graden gedraaid en heef alle ankeraars de andere kant op gezet. Mij uiteraard het verste in de geul. Van mijn part mag die ook uit het oosten komen, als die maar aanwakkert want zo valt er niet veel te beleven.Het is een fantastisch heldere nacht, boordevol met sprankelende sterren. prachtig. Ik ga weer op duikstation en verboek wat ik gezien heb als leuke droom.
6:50 de HEBBUS is net vertrokken. De wind is ZO en begint net iets aan te wakkeren. Wat houd je nog. Anker op en GO.
Ik berg het anker op, maak de zeilen klaar en stuur richting uitgang van de vluchthaven. Bart neemt eerst nog een modderbad en komt ook achteraan. Ik hijs de zeilen en ga naar buiten.
Da draait Bart om en wacht. Er staat een dikke mist voor de uitgang van de vluchthaven. Een soep van niet meer dan twee bootslengtes zicht. Te weten dat er op een kleine mijl voor de haven een druk bevaren vaarroute ligt is geen prettig gevoel. Inversie heet dit fenomeen, heeft Hans ons later uitgelegt, maar voo rons was het op dit moment dikke mist.
We besluiten om terug te gaan en aan de steiger te gaan liggen tot het spektakel voorbij is. Het heeft geen zin om nu te vertrekken. Dus, zeilen weer naar beneden. Dat was een kort plezier. Aan boord was alles glad en kleddernat door de mist. Daarbij heldere lucht een binnen de vluchthaven geen wolk te bekennen.
In de haven éen plek aan de steiger. Zat voor twee boten. Aanleggen en stroom tappen voor Cassiopeia, water tappen voor de Bondi plus bemanning om de restanten van het ochtendlijke mud-wrestling met (of tegen) de anker weg te werken.
Als je denkt dat je de 200myls SOLO alleen vaart heb je het mis. Op de steiger kwam een mevrouw langs (nordern walking – bizar op die plek en om deze tijd van de dag) die precies wist dat wij aan de 200myls mee deden, en die het hele gebeuren sinds woensdag op internet vervolgde. Zelfs de havenmester die langs kwam in de hoop voor nieuwe klandizie wist te vertellen wie er voorin lag en hoeveel boten er al binnen waren. Ik voelde me ineens niet meer zo SOLO als de afgelopen dagen.
8:15 we liggen bij een kopje koffie en koekjes aan de steiger in de tuinstoel en wachten in de zon (!!) op beter weer. (niet te filmen). Eigenlijk hadden we allang op weg naar Hoorn moeten zijn. Maar ja – de 200myls kan behoorlijk veeleisend zijn – soms is het ook, zo als nu, puur afzien.
9:15 maar nu echt. Inpakken weg wezen. De mist is opgetrokken en de OVD3 vanuit de havenuitgang zichtbar.
Voor de boei maakt zich ook de superduper all-in-one sailingmachine en entertainmentcenter “de roos” klaar om te lanceren. De reuze halfwinder in de aanslag. Klaar voor de lauch. En in der daad, het zeil heeft nog geen zuchtje wind ontdekt en het apparaat schuift al met 6 knopen over het water.
Daar komt zo een ambachtelijke start met spinnaker, zonder stuurautomaat en zonder muziek niet zo uit de verf. - Maar mooi gezicht was het wel.
De vloek van de NEK
9:42 Start, NEK here I come.
Omdat die paar minuten aan de walstroom de accu natuurlijk niet echt hebben opgeladen, heb ik alles uitgezet, dus ook geen windmeter, log, dieptemeter en andere tierelantijntjes die power consumeren. – dus echt ambachtelijk.
Had ik de hoop nog een tweede boot als referentie voor de volgende boei te kunnen gebruiken, had ik het nu mis. De computer heeft waarschijnlijk de optimale koers berekend, want de ROOS ging niet op Hoorn af maar onder een andere hoek (VMG optimaal) er vandoor. Dus moest ik proberen Bart aan te houden en het dozijn boten, die in de verte te zien waren. Maar uit ervaring weet ik dat niet alles wat die kant op gaat ook naar de boei wil.
Dit was nooit mijn rak geweest, en is het nu ook niet. Eerst was ik op hoogte met de Bondi, dan ging die van koers af, en liep steeds verder weg. Ik had een dilemma, koers houden of Bondi volgen? Ik besloot koers te houden, en begon na zo een uur al naar de boei ofwel de scheepsformaties voor me te letten. Opletten en sturen en nog een paar dingen tegelijk kon niet goed gaan. De achterstand op de Bondi wordt groter.
Om 10:54 ben ik weer op speed. Wel verergerd over mijn geklungel. Dus, ik me vol op de boten voor me concentreren, want ik moest de boei nu zelf vinden. Daar voor moet ze ergens zijn. Ik probeer boten te fixeren waar ik van kon herkennen dat ze ineens koers naar het zuiden namen.
Soms dacht ik een te hebben maar die was nog ver weg. Daar heb ik niets aan. Dus doorgaan. Af en toe wil de Spi niet blijven staan. De wind kondigt aan zijn gedrag te veranderen. Nu a.u.b. niet gaan liggen. NIET NU! Windvlagen uit andere richtingen kondigen aan dat de wind naar ZW zal draaien. Daarom bleef de Spi ook niet lekker staan.
11:30 Nadat die weer eens weg klapte en ik in de verte de NEK meende te zien, heb ik hem ingehaald en opgeborgen om van dat onrustige gedoe af te zijn. Dat op zich was natuurlijk al een klus omdat ik geen stuurautomaat had die de boot in de tussentijd op koers hielt.
Toen ik weer zat en naar het landschap keek, kreeg ik de kriebels. De boei was de boei helemaal niet, maar een bruin zeil, en omdat die zo klein was dus ook nog redelijk ver weg. Waarschijnlijk dacht ik de NEK te zien, ondanks ik wist dat het nu geen puntige maar een ronde boei moest zijn. Ik had geen flauw idee waar de boei was.
Kaart erbij halen en proberen te peilen. Ah de richting was ok. Maar de snelheid echt niet. Om nu weer alles uit te pakken voor misschien een half uur was een beetje veel. Nu nix te doen en te weten dat ik snelheid weggaf was het ook niet. Meer keuzes waren er niet.
Zo bleef ik grommen en Bart in het vizier houden. - tot aan de boei.
11:54 hij gaat om de boei. 12:00 ik ben bij de boei. grrrrrrrrr
Alsof die aan het geinen was, lag de ROOS al bij de boei te wachten. Bij zijn tempo kan die bijna bij iedere boei 6 uur wacht tijd nemen en alsnog op tijd binnen zijn.
Even spieken op de instrumenten: Wind WZW 6-7 kts. Volendam is niet bezeild. Bart gaat na de boei over stag. Van de LTR weet ik dat doorgaan naar de kust soms voordeliger is dan over de open vlakte. Dus ik ga door. Wel zo hoog mogelijk aan de wind. Ooit zullen onze koersen kruisen en dan kan ik zien welke van die twee varianten beter is.
Ik zag Schardam aan de stuurboordkant en ging bijna recht op Oosthuizen af, een dorpje achter de dijk. De wind draai iets naar zuiden. Goed voor mij nu, maar slecht als ik zodanig over stag moet. Dus verder door tot aan de kust. De wind blijft draaien en ik kom met mijn neus zelfs in de beurt van Edam. Maar ja, ooit moet ik over stag.
Dat deed ik om 12:57. Kompas koers 110 graden. Richting: SPORT-F. Die kon ik net aanhouden.
Om 13:12 komt Bart voorbij. Hij gaat nu naar de kust toe. De wind neemt af naar mate ik verder van de kust kom. En de SPORT-F kan ik ook nauwelijks meer houden. De wind draait verder door zuid heen. Ik bel Bart om te vragen hoe de wind bij hem ervoor staat. Kennelijk iets beter, dus ik besluit naar de kust te gaan en dan liever nog een slag extra te maken dan te gaan dobberen.
Voor Volendam waren er ontelbaar vele boten op het water. Ook met verrekijker was er geen boei te bekennen. Omdat de boten daar niet hard gingen, was het ook moeilijk uit te maken achter welk boot de boei schuilde. De wind naam af, dat was duidelijk, en hij schoof verder door naar ZZO. Hei, ineens zag ik de boei voor mijn. Ik hoefde niet meer over stag. Heb net een slag uitgespaard.
Goed dat ik niet kon zien hoe langzaam ik ging anders was ik nu gek geworden. Maar veel meer dan 1,5 – 2 knoop was het zeker niet.
Doldrums
14:23 NM1-GZ2
Zo verheugd ik was om zonder extra slag bij de boei te komen, zo brut drong nu de realiteit door. Het feit dat die naar ZO doordraaide heeft mij geholpen een slag uit te sparen, maar nu wil ik daar naartoe waar de wind vandaan komt. In een wedstrijd: Geen wind en die tegen, dat vraagt om extra insanity-treatment.
Nog even kwam er een zuchtje en dan viel die stil. Vele boten lagen er al bewegingsloos in het water. Vanuit noorden kwam een bruine vloot jonge op mijn koers af. Die moet ik nu niet ook nog hebben met zijn grote flappen. Dus ik ga over stag richting paard van Marken.
En over stag was zo wat ook de laatste beweging die in de boot te krijgen was. Daarna was het op, uit, over, rien nes vas plus, finito, nothing, tote Hose. Iedereen keek een andere kant uit. Ieder intent van een richting was puur toeval.
Doldrums voor het paard.
Zo iets van geen wind maak je niet vaak mee. Daar heb je geen anker voor nodig om muur vast te liggen. Er is zo weinig wind dat je niet eens de verkeerde kant op kan drijven. En dan dat nog tot zondag.
Er waren weinig keuzemogelijkheden (over bord springen en trekken of duwen op zij gelaten). Dan toch de tuinstoel uit pakken, een blikje open trekken, onder te sombrero duiken en het zonnebrandolie paraat leggen. Met dit overlevingspak is het best uit te houden.
Los van het feit dat de wedstrijd daarmee andere dimensies heeft gekregen (wie minder lang of harder drijft wint) gebeuren ook interessante randverschijnselen. Zoals een weer vooruitzicht van “Zicht minder dan 1000m”. Wat dat betekend hebben we van ochtend gezien. Niet eens 20 meter – geen pretje. Maar goed, daar heb je regels voor. Bart informeerde de wedstrijdleiding over die melding. Die confirmeerden de waarschuwing, en we gingen terug naar Volendam. Met de bedoeling de tocht morgen of vannacht afhankelijk van wat er gaat gebeuren, vanaf de NM1-GZ2 voort te zetten.
Een interessante constellatie. Het opzoeken van de laatst gepasseerde haven met herstart bij het laatste merkteken was verplicht. Hoe zat het met allen die het weerbericht niet hebben beluistert??
Rond 18:15 in het “uurbericht voor de scheepsvaart” op kanaal1 werd het bericht ingetrokken en niet meer genoemd, dus was de weg vrij om bij het eerst volgende zuchtje wind weer op pad te gaan. We waren al zo ver om de keuze voor het steak-tent vanavond te maken toen ineens wind opkwam.
Cees Vos en Bart waren voor mij bij de boei en gingen er meteen vandoor. Ik had iets meer tijd nodig om de boot zonder stuurautomaat klaar te maken voor de laatste etappe.
De laatste loodjes
De Spi staat, en ik neem vaart op naar de boei voor Volendam.
20:04 ging ik vol hoop weer van start. De wind: NW 1 á 2. That’s it. Wie de drijfpartij van vanmiddag heeft meegemaakt, die weet een klein zuchtje volop te waarderen. Met de noodverlichting aan, en de service accu uit, ging ik op de laatste distance.
De nacht valt snel in. De halve maan staat als grote D loud en duidelijk aan de hemel. Voor mij, zo’n tiental schepen nog door het maanlicht beschenen. Tot het paard heb ik er een ingehaald. Die was vlak voor mijn start bij de boei langs gekomen.
Een keer bij het paard, verdwenen ze een voor een uit het zicht. En ook de maan ging zich terug trekken en het werd hartstikke donker. Zonder in het donker te zie wie het was, ging ik nog aan een boot aan lei voorbij en liep op een andere in. Die had kennelijk geen profijt van zijn Spi omdat die slap naar beneden hing. Omdat die een hoge mast en veel doek had hangen, kruiste ik op om hem aan loef voorbij te gaan. Maar die actie wreekte zich onmiddellijk. Door het opkruisen leek de wind wat harder te gaan, maar een keer op zelfde hoogte en met zelfde richting, liep ik nauwelijks uit. Het was rond 21:34 toen de wind bij de P1/P2 weer finaal ging liggen.
De rest was drijven met de pet op. Verwensingen, toverspreuken niets hielp. De nacht bleef donker, het water stil en de wind weg.
Ik had verder ook geen navigatiemiddelen nodig ik zag de boei helder voor me liggen, alleen nog zo ver weg. Daarbij waren het nog maar luttele 2 mijl tot de finish. Iets dichter bij de vaargeul drijft een tweemaster langs me heen. Die beweegt tenminste. Het was, denk ik, de Alabama.
Het is al 23:00 en ik ben nog niet veel opgeschoten. Wanneer is er ontbijt?
Nog zo’n dikke mijl te gaan, drijven, dobberen, wat dan ook, als het maar verder gaat. Uit pure ellende begon ik ook nog te zingen om me wakker te houden en het spektakel niet te missen. Dat hebben ze in Amsterdam waarschijnlijk gehoord, want iets naar elf begonnen ze een reuze vuurwerk af te steken dat prachtig over het water heen te zien was. “Nee jongens, nog niet, ik ben nog niet bij de finish – wacht nog even”, maar ja, ze lieten zich daar niet van weerhouden en gingen door met vuren en feesten.
Of het nu een zuchtje wind was, of een vlieg of mug die van achter tegen boot of mast is aangevlogen, het gaat weer langzaam vooruit. Maar niet meer dan een tiende knoop tegelijk. - Dus niet meteen gulzig worden. He he, alleen maar nog de vaargeul oversteken, en deze 200myls is history.
Van al het suf staren op de lichten van de boei en het vuur werk had ik weinig opgenomen van alle andere lichten die daar nog waren. Richting Lelystad lag de vaargeul helemaal stil en verlaten in het donker. Behalve het licht van de betonning was er niets te zien.
Richting Amsterdam was er een heel spektakel aan lichten en een kleine rode leek er ook te bewegen. Om zeken van te zijn dat het geen binnenvaarder was zocht ik naar een wit licht dat met de rode meeging. Kon eerst geen vinden, maar dan toch! Daar was er een. Ik zat al op de helft van de geul. En hij was er nog zo’n 300 meter vandaan – and closing! WEG WEZEN.
Motor aan. Op moment waar de motor geluid gaf, werd ik overvallen door een vloedgolf aan licht. Zoals of vanuit een donkere nacht met een klap de Arena verlichting aangaat en jij bent het doelwit. Alles wat die had was op mij gericht. Ik zag niets meer. WEG HIER was mijn enige gedachte.
Zo’n 20 seconden later was ik uit zijn koers en zette ik de motor weer uit. Hij bleef de buurt verkennen met zijn reuze schijnwerpers of er misschien nog andere in de buurt waren, maar ik had er geen boodschap meer aan. Die was er veilig voorbij.
Ik was nu wel aan de rand van de vaargeul maar nog niet bij de boei. Dat “boeide” nu ook niet. Die paar minuten hou ik ook nog vol.
0:07 Was het zo ver: - FINISH
Ik was de eerste die zondags binnen kwam. Meteen bij de boei haalde ik alle zeilen naar beneden. Dat ging nu een stuk makkelijker, want ik hoefde niet op het stuur te letten. Er bewoog toch niets. Zozo, hehe, is het echt over?
Toen alle zeilen geborgen waren zette ik de motor aan en probeerde mijn oriëntatie op pijl te krijgen. Nadat ik de mast en het licht van Pampus ontdekt had, wist ik welke kant ik op moest. Het leek wel als of ik voor het eerst op een vreemde plas was. In het donker en bij spiegel glad water zie het landschap er heel anders uit.
Dat was het dan. Zo als al vaker na de finish – je gelooft het niet. Hoezo afgelopen? Het was toch pas net begonnen.
Nog een beetje getekend door de finish was ik nog een tijdje aan het na-mopperen over de niet-wind, maar de anderen hadden precies het zelfde mee gemaakt of misschien nog erger.
In Muiden aangekomen, lag natuurlijk alles stil en donker. De plek van voor mijn vertrek was bezet. Verder was bij de Koninklijke geen vrije plaats. Dus ga ik door naar de kom. In de hoek bij het riet voor het Muider slot lagen er een paar boten, en daar ging ik tegen aan liggen. Makte de boot vast, en verklaarde de 200myls 2009 officieel voor beëindigt.
Alles andere kon wachten tot de ochtend. Wekker had ik geen gezet. Uitslapen stond op het programma.