Vrijdagochtend 8 oktober was het zover. Bij het krieken van de dag voeren de “Windmaker” en de “Cassiopeia” de thuishaven uit over een stil Gooimeer. Prachtige ochtendlucht, vertrouwd dieselgepruttel en de slaap net uit onze ogen gewreven. Kortom, tijd voor en borrel. (08:55!) Dat was ik nog niet echt gewend maar het smaakte er niet minder om.








Een mooi begin. Met de ijzeren genua (Volvo) bijgezet, kwamen we tien voor drie in Enkhuizen aan om na een kort sluisoponthoud, de tocht zeilend te vervolgen.







Richting
30° (Den Oever was niet bezeild) gingen we met 5 tot 6 knopen tot we ons doel
“dwars” hadden. Dankzij Peter’s ervaring en buitengewoon
inschattingsvermogen, en een beetje geluk, haalden we dit nét met één rak met
af en toe 7 knopen op de teller.
In
den Oever, waar we kwart voor acht aankwamen, hoorden we dat de Windmaker kampte
met averij. Motorsteunen defect. Schipper Menno is een expert op dit gebied en
wist dat een ronddraaiend motorblok kan leiden tot ernstige schade. Hij besloot
dan ook om diezelfde avond (nacht) het probleem op te lossen. Dat leek mij toch
wel een hele klus en ik stelde me voor dat schipper Menno hier behoorlijk mee
zat. Niets was minder waar. Eerst rustig eten.
Bij
de haven was een gezellig, en fantastisch ingericht restaurant. Sinterklaas in
een hangmat aan het plafond vergezeld door een vrouw, een geüniformeerde kip
met muizenval op z’n snavel, veel opgezet gevogelte (vaak met zonnebril) en
een vrouw met stofzuiger in een telefooncel, waren slechts enkele rekwisieten.
Goed gegeten en, o ja, er moesten nog wat motorsteunen gerepareerd worden. Met
een verbazende rust en vertrouwen in de goede afloop dook Menno in het
motorcompartiment om daar orde op zaken te stellen, met succes!
s’Avonds nog even het plan voor de route buitenom maken. We moesten géén stroom tegen hebben op de waddenzee – die stroom is veel te sterk – en zoveel mogelijk stroom mee op de Noordzee. Na een uitgebreide discussie over de getijden, maanstand, hoogwater hier en hoogwater daar, bleek dat er vele strategieën waren die er allemaal toe leidde dat we met zonsopgang moesten vertrekken. Aldus geschiedde.




















Zaterdag
zat het weer weer mee.
Flink
wat zon en een fijne Noordooster. Eenmaal buitengaats was de golfslag voor mij
het meest opvallend. De golven waren hoger dan op het IJsselmeer maar ook veel
langer, wat geweldig vaart. Niet stampen op de golf maar meer er doorheen
“golven”. Dit mis je dus op het IJsselmeer. Kortom, vaker naar zee! Na een
beetje knoeien met de spinaker (even een BH in het zeil) stond ‘ie perfect en
haalden we 8 knopen over land en bijna 10 door water! (ok, golf af en stroom
mee). We moesten zelfs de spinaker verwijderen om de Windmaker niet achter ons
uit het oog te verliezen. Daarna werden we, eigenlijk iets te snel, weer
ingehaald. Die spinakers hebben hun nut dus wel bewezen. Om 15:46 voeren we de
haven binnen en twintig minuten later lagen we in de kleine sluis (die overigens
helemaal niet zo klein is). 








Op
het Noordzeekanaal zagen we, behalve een paar schepen die van dichtbij toch wel
érg groo
t
zijn, ook een zeer bijzonder fenomeen: Er gebeurde iets in de Cereshaven! Deze
containerterminal, van 128 miljoen Euro, heeft sinds de aanleg nog geen roeiboot
gelost en nu lag er een heus schip. De APL Ioliet uit Singapore leverde 700
containers met speelgoed en electronica. 5 december is niet meer ver weg. Het
stuk door de stad blijft leuk en net voor het donker kwamen we in de Sixhaven
binnen. We vonden dichtbij een gezellige Chinees, waar we goed ge(rijst)tafeld
hebben. Op zich was dit natuurlijk een goede gelegenheid om uitgebreid de stad
in te gaan maar na deze lange dag wonnen de kooien.





Zondag hadden we nog een mooie zeildag. Met vier a vijf oostenwind , was het 18 mijl naar Huizen. Daar aan de steiger hebben we nog uitgebreid genoten van de zon, drank, hapjes en misschien wel de laatste zomerdag.




Het
“Rondje Noord-Holland” is een erg leuke tocht van twee tot drie dagen. Zeker
voor herhaling vatbaar en voor debutanten echt een aanrader!